Door David
Zaterdag 28 maart, de bruisende afsluiting van een mooi seizoen in de zaterdagcompetities. Bruisend vanwege de mooie partijen en winst van team 1 en 3, maar ook vanwege de gezellige drukte van drie thuisspelende teams.
De Kentering 1 had zich in de voorlaatste ronde al moeten neerleggen op het missen van de promotie. Maar de winst gisteren op Eindhoven smaakte toch zoet: zilver met een gouden randje!
Heel anders dan in de wedstrijd tegen Baronie 3 stonden we halverwege de middag in deze wedstrijd op veel borden goed, of in het geval van Ralf op zijn minst kansrijk in zijn agressieve Italiaanse opzet tegen Nico Schellingerhout. Zijn tegenstander gebruikte zeeën van tijd om de complicaties te doorgronden, waarin Ralf veel vertrouwder is. Dat lukte uiteindelijk vrij goed en na enkele onnauwkeurigheden ontstond een stelling waarin Ralf een kwaliteit had tegen 3 pionnen. Die bleek te lastig om tegen te houden. Leon dacht na een geblunderde pion in de opening al aan opgeven, zag tot zijn verbazing dat zijn opponent Kiran Anginthaya in diep gepeins verzonk, en ook Leon ontdekte na nader bestudering van de stelling dat hij toch ook heel behoorlijke compensatie had, zeker toen zwart niet op z’n sterkst vervolgde. Opgelucht accepteerde Leon de wat later aangeboden remise, om later te ontdekken dat hij inmiddels eigenlijk al beter stond in de slotstelling. Na de snelle remises van Ton en Edwin, stond het na 1,5 uur spelen 1,5-2,5, maar op de vier overige borden was de situatie ronduit positief. Piet won als eerste zijn partij, die hij hieronder bespreekt. Zelf kwam ik met geduldig spel steeds beter en ronde af met een kwaliteitsoffer die promotie onafwendbaar maakte (zie onderstaande analyse) en ook in de laatste twee partijen waren er plussen. Daar werkte de vele jaren schaakervaring van Tom en Nico in ons voordeel. In stellingen die naar mijn indruk zich eerst nog binnen remisemarges bevonden, won de eindspelkunde van onze spelers. Op mijn opmerking tegen Ton dat de partij van Nico nog enigszins gelijk leek, zei Ton veelbetekenend: Ja, dus wint Nico.
Daarmee eindigden we op een eervolle tweede plaats.
Van mijn partij bespreek ik een interessant fenomeen, het ‘gouden veld’. Vast geen gebruikelijke benaming, maar ik bedoel ermee, een veld dat in de partij een grote rol speelt in verkrijgen van voordeel. In mijn partij was dat het plaatsen van de loper op c6. Twee maal was Lc6 precies de juiste voortzetting. Ik heb dat ook wel eens met Tc3 gehad, en vermoed dat er ergens een (schaak-)wetenschappelijke logica in schuilt, dat soms in een partij een veld zoveel sterker is om te bezetten. Klinkt misschien als een open deur – paard plaatsen op het veld voor de geïsoleerde pion bijvoorbeeld, maar in dit geval is het minder evident, totdat je de stelling hebt bestudeerd.
Bijvoorbeeld in de eerste diagram na 22. Lc4. Een stelling waarin noch wit noch zwart direct gemakkelijk voortgang kan boeken. Wit heeft weliswaar het loperpaar maar geen goede mogelijkheden om een aanval tegen de pionnen in het centrum of op bijvoorbeeld f7 op te zetten. Zwart kan ook geen van beide pionnen opspelen – e3 geeft meer nadelen, met open komende lijnen voor de witte stukken, dan voordelen – en mijn plan is dan ook om torens te verdubbelen op de d-lijn, en na Ph5 te gaan werken aan het opspelen van de pionnen op de koningsvleugel. Dat vraagt veel zetten, maar omdat wit zo weinig kan ondernemen, heb ik die tijd ook wel. De enige tegenactie die ik vrees is a4, a5 (plus eventueel Ta1). Ook is verdubbelen van de torens nog niet goed mogelijk vanwege Lb5, dus voordat ik met mijn plannen start begin eerst met 22… Lc6! De computer is het hartgrondig eens met deze zet. Er volgde, volgens plan: 23. Lb3 (om toch plan a4 door te zette) 23… Td7, 24. Lc4? Geschrokken van de mogelijke opstoot d4-d3? 25. Ted8 Kf1 26. Kf1 Ph5 (stelling 2)
Alles bereikt wat ik hoopte, en een langzaam groeiend klein voordeel. Met het dreigende binnenvallen van het paard op f4 speelt mijn tegenstander in plaats van g3 de ernstige fout 26. Ld2? waarna de partij definitief in mijn voordeel kantelt: 26. e3! Le1 27. exf2 Lxf2 28. Pf4
Verderop in de partij na zet 34. Kxf2 speelde dat fraai veld c6 opnieuw een sterke rol.
Ik heb inmiddels drie verbonden vrijpionnen op de koningsvleugel, en moet beslissen waar ik mijn loper zal plaatsen. Lh5 om f7 te verdedigen? Niet nodig. f7 is voldoende gedekt door toren en koning en de loper staat de opmars van de h-pion in de weg. Ld5? Geeft de voorsprong weg omdat na Lxd5 Txd5 b4! wit plotseling ook met zijn c-pion aan een opmars kan beginnen. Na Lb2 (a1) heeft wit ook nog tegenspel met b4, a4, etc. Dus: 34.. Lc6! Houdt zowel het promotieveld h1 in het vizier als veld a4, en de opmars van de h-pion kan van start.
Na 35. Ke3 g5 36. Tf1 Kg7 37. Le3 h5 (go Henri!) 38. b4 h4 39. Lf4 Td5 40. c4 Te5+ 41. Kd4 f6 42. Tf2 is stelling 4 ontstaan.
42… Txf5!! Door de sterke loper kan wit promotie op h1 niet voorkomen. 43. Txf5 h3 44. c5 h2 (go Henri!) 45. Tf1 b5 wat staat die loper daar goed op c6! 46. a4 g4! 47. axb5 Lxb5 48. Ta1 g3! 49. Ke3 g2 en wit gaf op. 0-1









