Kleine nederlaag Team B tegen DSC Dongen in een prachtige pastorie

Door Jan de Leeuw

Op 19 december speelden we in de vierde ronde van de externe avondcompetitie uit tegen het sterke DSC Dongen, een team met een gemiddeld hogere rating dan ons team.

We werden ontvangen in een prachtige locatie: de oude pastorie van de Sint-Laurentiuskerk. Niet alle ruimtes waren verwarmd, dus moesten we een enkele keer verkassen. In de ruimte waar we uiteindelijk zouden spelen, was de temperatuur nog niet helemaal op orde. Dat had een reden: de radiators waren nog niet geactiveerd. Peter Stokkermans, collega-teamcaptain van DSC, had het heel druk met de interne competitie die ook gespeeld werd. Maar er was uitkomst: ons eigen Peter, véél ervaring met technische installaties, zorgde dat de thermostaatknoppen de goede kant op wezen. Binnen de kortste tijd was het aangenaam vertoeven in de speellocatie.

Wellicht had dit onbewust toch wat meer effort van Peter gevraagd, waardoor hij in zijn partij al snel na de opening overzag dat zijn dame en koning in één lijn stonden. Dat gaf de tegenstander de kans om daar een loper op te zetten: dameverlies. Toen was het gelijk gedaan. Lees verder

Stoptrein naar Tilburg

Door Eduard Dame

We gingen met de trein. Het was nog even spannend of  alle acht spelers op tijd op het perron zouden staan. Vol goede moed – want onze tegenstander De Stukkenjagers 8 had al een paar keer stevige klop gehad – verlieten we Rosmalen volgens dienstregeling. En met twee sterke invallers uit het derde team (dat vrijaf had) zou de overwinning ons niet kunnen ontgaan.

Om iets na half een stonden we echter al met 1-0 achter. Roel Jongenelen had, naar eigen zeggen, duidelijk zijn dag niet. Terwijl juist hij om een ander schaakbord, eentje met coördinaten, had gevraagd en ook had gekregen. Het voorkwam niet de miscalculatie bij zet 8 en een blunder bij zet 10. Citaat: “Een dag om snel te vergeten. Bah bah”.

Ook bij Dick van Leeuwen ging het niet van een leien dakje. Een kwestie van een pion meer of minder. Zijn tegenstander had een interessante speelwijze, eerst een pion offeren en 5 zetten later deze terug pakken. In het eindspel verloor Dick nog een pion en daarna ook de partij.

Ook bij Hans van Eijk op bord 1 wilde het niet vlotten. Normaal een schaakbaken in woelige tijden zoals laatst tegen ODI in Volkel, maar nu ging het van kwaad tot erger op het bord.
Gelukkig waren er ook schaakborden waar wel punten in het verschiet lagen. Zoals dat waaraan Paul Willemen speelde met zwart. Lees verder

Schaakstudie #5 oplossing

Oplossing van schaakstudie #5 van maandag 15 december

Afgelopen maandag deze stelling uit een partij tussen 1885 tussen Wilhelm Steinitz en J.B. Brockenbrough op het demonstratiebord. Steinitz was in de tweede helft van de 19e eeuw één van de sterkste schaker. Toen in 1886 in de Verenigde Staten een match werd georganiseerd tussen hem en een andere schaakgrootheid, Johann Zukertort won hij deze match en riep hij zichzelf uit tot wereldkampioen. Er was nog een officieel wereldkampioenschap in die tijd, tussen die claim wordt tegenwoordig geaccepteerd: de eerste wereldkampioen ooit.

Een jaar eerder, in zijn partij tegen Brockenbrough, had Steinitz het niet zo zwaar. In een stelling die op meerdere manieren al gewonnen stond koos hij voor de meest aansprekende doodsteek, een dameoffer op f6. Brockenbrough nam het offer aan en de getoonde stelling ontstond. 

Iedereen ziet natuurlijk al snel de sterke zet 1. Lh6+. De zwarte koning moet naar g8. 2. Pe7 is nu verleidelijk maar leidt niet tot mat omdat zwart dit paard kan slaan. De resterende stelling is ook gewonnen, maar er zit meer in. 2. Te3! Dreigt Tg3 mat. (Stelling 2)

Zwart kan dit niet anders verhinderen dan met 2… Dc7. 3. Tg3+ Dxg3 en nu is 4. Pe7 wel mat!


Deze oplossing had Ton gezien. Drie andere oplossers, Leon, Bent en Mike vonden echter de mat waar ik overheen gekeken had en minstens zo mooi is: na 2… Dc7 niet 3. Tg3+ maar 3. Pe7+! Dxe7 4. Tg3 mat

Teamspirit medicijn tegen twijfels

Door David

Ik twijfel de laatste tijd doorlopend. Als ik een gewonnen stelling verlies, zoals afgelopen maandag, ga ik ontdaan en vol twijfels naar huis:  Wat is er met me, dat ik me op 30 zetten goed geconcentreerd naar een prachtige stelling schuif en op zet 31 al het voordeel weggeef door een simpel trucje over het hoofd te zien? Verblinding door overmoed omdat ik de keuze had uit meerdere winnende voortzettingen?
Maar ook als ik win is er genoeg om over te piekeren, zoals zaterdag in de partij tegen de aimabele tegencaptain Emil Voorhout van De Stukkenjagers 6. Het was en scherpe partij, waarin het London-systeem op het bord kwam en de stelling atypisch aan beide kanten helemaal opengebroken was. Gedurende de hele partij was ik er zeker van dat ik de sterkere aanval had. Daar was de computer het in de analyse achteraf helemaal niet mee eens! Emil had zelfs even de kans op een compleet winnende zet. We zagen het beiden niet – en pas daarna sloeg te partij om in mijn voordeel. Twijfels. Wat is er met mijn beoordelingsvermogen? Waarom kies ik voor stellingen die objectief gezien strategisch rammelen als losse stellingbuizen zonder spanband op een oude vrachtauto?
Maar dat is dan het fijne van zo’n teamwedstrijd. Je ziet bij meerderen twijfels, zoals bijvoorbeeld bij Leon: “Ik sta iets beter, maar met nog drie minuten op de klok durfde ik niet door te spelen en voor de winst te gaan”. En bij Tom: “Jammer. Ik stond compleet gewonnen” (was ook zo!). Maar doortastend optreden van teamgenoten – Ton en Ralf behaalden mooie strakke overwinningen – of gewoon het altijd opbeurende optimisme van Johan, die zowaar een remise uit een dramatische stelling sleept, trekken het team erdoor. Fijn, die teamspirit en elkaars twijfels opvangen met het samen knokken voor de overwinning!

Schaakstudie #4 oplossing

Oplossing van schaakstudie #4 van maandag 1 december

Afgelopen maandag een stelling op het demonstratiebord uit het het lopende toernooi London Chess Classic. In de tweede ronde speelde Luke McShane tegen Alireza Firouzja. Luke heeft na 20 zetten een stuk gegeven voor een schim van enige compensatie. Door die loper voorsprong is het geen scherpe probleemstelling: ook als zwart niet de genadeklap vindt, zijn er vele wegen die uiteindelijke naar de winst zullen leiden. Bijvoorbeeld:
32… bxa4 33. Txa4 Pd2 34. Ta3 Lf6 35. Td3 Pe4 zal uiteindelijk heus wel winnen. Maar zoals grootmeesters dat doen: ook in stellingen waarin ze duidelijk beter staan, blijft hun vizier scherp voor het vinden van precies de meest effectieve voortzetting.

In deze stelling speelt Alireza de beste zet 32… Pd2. En na Luke’s antwoord 33. axb4 is na 34. Te1! mat op a1 onvermijdelijk. Paard en loper werken prachtig samen om de koning alle vluchtvelden te ontnemen.

Meerdere clubgenoten dachten dat niet Luke’s zet 33. axb4 maar 33. Pa5 een goed antwoord is na 32… Pd2.

Dat kost echter materiaal (net als alle andere verdedigingen tegen de dreigende mat). De weerlegging: 33… bxa4 34. Ka3 (stelling 2) 33… Lxa5! 35. Txa5 Pc4+!

Dan nog de inventieve maar niet correcte voortzetting die Bent koos: 32… Te1 33. Kb3 Te3!? (stelling 3) met het idee 34. axb5 Pd2+ 35. Ka4 (35. Ka2 gaat weer mat na 35… Te1) Te4+! 36. Ka3 Te1. Wit blijft in deze stelling echter in leven met 37. Pb4 en daarna Pa2.
Er is zelfs nog een betere voortzetting voor wit na 33… Te3 34. Pe7+! Kh7 (na Txe7 krijgt wit zelfs kansen met 35. axb5) 35. Pd5! (stelling 4)


Na dit vorkje moet zwart bijvoorbeeld 35… Pd2+ 36. Ka2 Txh3 spelen. Maar na 37. axb5 Le5 volgt geen mat meer (c3 wordt mogelijk na Th1) en wit houdt z’n vrijpion op de b-lijn om mee te werken.

 

Als je ziet dat er toch nog verschillende ‘bijna goede’ voortzettingen waren, is de precisie van Alireza’s afwikkeling bewonderenswaardig, en geeft het aan hoe snel mindere goden zoals wij een groot voordeel weer deels kunnen laten verdampen met minder nauwkeurig rekenen.