Oeps!!

Door Ton Snoeren

Lekker schaken op het terras!

Gisteravond de eerste zomeravond schaakavond. Lekker op het terras. De eerste partij tegen Ralf Duong verliep voorspoedig. De wilde aanvalspogingen van Ralf ondermijnen en een gewonnen pionneneindspel ingaan. De tweede partij tegen Wilbert Schreurs kwam ik met remise goed weg na een openingsfout.

Dan de derde partij: met wit tegen Olaf Soons. Dat is dan meteen ook mijn inzending voor de “OEPS”-prijs…De partij ging lekker op en neer en ik kwam, mede door tijdnood van Olaf, steeds beter te staan. Tot deze stelling… zie diagram 1:

Diagram 1 Ton Snoeren – Olaf Soons


Hier had Olaf nog 2 seconden en ik ongeveer 25 seconden op de klok. Met f5xe6 schaak sta ik flathoog gewonnen. Maar ik keek op de klok en dacht: ik win gewoon op tijd en doe nog maar een zetje.

Zie diagram 2:…een grafzet…

Diagram 2 Ton Snoeren – Olaf Soons

In plaats van f5xe6 speelde ik f5-f6 en mijn hand ging al richting de klok om Olaf erop te wijzen dat hij “door de vlag zou gaan”.


Olaf speelde supersnel Lf8-d6 en had nog 1 seconde over…
Ik wilde een koningszet doen, maar ahhrrr…waar naar toe?
Hartstikke mat stond ik. Niet gezien en Olaf ook niet.
De slotstelling in diagram 3..

Diagram 3 Ton Snoeren – Olaf Soons


In de laatste partij tegen Hans Kranenbarg zag ik verder niets meer.
Mijn biertje stootte ik om en ik begon de schaakstukken in de klokkendoosjes te doen.
Ik ben er vandaag weer overheen en kan er hartelijk om lachen. Nogmaals proficiat Olaf!

 

Slotakkoord

door Leon

De interne competitie zit er alweer op. Over het verloop ervan kan ik tevreden zijn. Sommige concurrenten, zoals Piet en Nico, speelden te weinig om in de kop van het klassement te eindigen, David was in het begin van het seizoen ook een tijdje afwezig, en de andere favorieten lieten simpelweg iets meer steken vallen. Het gevolg was dat ik na periode 1, die nog werd gewonnen door Bart, mijn voorsprong steeds een beetje zag groeien. Met 16 winstpartijen, 11 remises en 3 nederlagen sluit ik het seizoen af.

Twee van mijn nederlagen waren nogal onnodig: tegen Hans van Eijk had ik met zwart een eindspel bereikt met een gezonde pion meer toen ik op het idee kwam om Hans’ paard, dat op c2 stond, wat velden te ontnemen. Met name de zet Pc2-d4 wilde ik verhinderen. Daarom speelde ik mijn toren naar veld b4. Hiermee verhinderde ik inderdaad de zet Pc2-d4, maar in plaats daarvan speelde Hans het iets betere Pc2xb4 en ik verloor zonder compensatie een volle toren…

Mijn nederlaag tegen Tom was helemaal om te huilen. Urenlang stond ik gewonnen in een dame-eindspel met een pluspion, maar ik zag spoken en weigerde consequent de dames te ruilen, vanuit een ongegronde angst dat zijn koning in een pionneneindspel superieur zou zijn aan de mijne. Ik verbruikte zoveel tijd dat ik op het laatst in vliegende tijdnood verkeerd afwikkelde en nog verloor.

De derde nederlaag leed ik tegen Bart, maar daarover kan ik me niet beklagen want Bart speelde gewoon een heel goede partij.

Afijn, een score van 72% in de interne is prima. Extern was het dit jaar natuurlijk niet zo best met ons eerste team, maar in de zaterdagcompetitie behaalde ik aan het eerste bord toch nog een redelijke score van 4 uit 7 (2 winst, 4 remise en 1 verlies) met een TPR van 1959.

In de avondcompetitie ging het met 3 uit 7 (2 winst, 2 remise en 3 verlies) met een TPR van 1832 minder goed.

Het belangrijkste is dat ik afgelopen seizoen veel heb gespeeld. Met de coronatijd nog vers in het geheugen was het fijn om intern en extern weer zonder beperkingen te kunnen spelen. Het was ook erg fijn dat de indeling van de interne competitie bij Ton in vakkundige handen was. Wedstrijdleider zijn is meer werk dan het lijkt: je moet elke week alle afmeldingen bijhouden, de partijen correct indelen en eventuele problemen op de avond zelf, vaak terwijl je zelf al aan het spelen bent, oplossen. Ton heeft dat allemaal met verve gedaan en daarvoor mag de hele club hem bijzonder dankbaar zijn. Bovendien werden de standen de dag na de clubavond al op de site gepubliceerd, iets wat op veel andere clubs nogal eens te wensen overlaat. Hulde aan Ton voor al deze moeite!

In de laatste competitieronde speelde ik tegen Dave Wildschut, die in de loop van dit seizoen lid is geworden van onze club. Ik kende Dave al van HMC, waar ik tegen hem in de interne competitie in 2019 al eens een partij had gespeeld en verloren. Dave is een sterke speler die ook theoretisch goed is onderlegd. Hieronder volgt een analyse van onze partij van 1 juli op De Kentering.

Leon ter Beek – Dave Wildschut

De Kentering, 1 juli 2024

  1. d2-d4 d7-d5
  2. c2-c4 c7-c6
  3. Pg1-f3 Pg8-f6
  4. Pb1-c3 e7-e6

stelling na 4… e6

Nu kan wit solide spelen met 4. e3, maar daarmee zijn dameloper insluiten, of actiever met 4. Lg5. Ik besluit tot het laatste. 

  1. Lc1-g5 h7-h6

Dave houdt het rustig en kiest voor de Halfslavische verdediging. Zwart had ook met 5… dxc4 5. e4 b5 6. e5 h6 de zeer ingewikkelde Botwinnikvariant op het bord kunnen brengen.

Na zwarts pionzet moest ik even denken. Wil ik mijn loperpaar opgeven? Het alternatief 6. Lh4 leidt tot de Anti-Moskouvariant met 6… dxc4 7. e4 g5 8. Lg3 b5. Deze variant is bijna net zo scherp als de Botwinnik. Ik besluit na enig nadenken op f6 te slaan.

  1. Lg5xf6 Dd8xf6

stelling na 6… Dxf6

Nu sta ik weer voor de keuze. Speel ik de pion naar e4 of naar e3? Het lijkt alsof 6. e4 actiever is, maar met 6… dxe4 7. Pxe4 Lb4†! gooit zwart roet in het eten. Wit moet 8. Ped2 spelen en dat leek me niet gunstig voor wit. 

  1. e2-e3 Pb8-d7

Zwart heeft nu het loperpaar, altijd prettig, maar vooral zijn dameloper heeft nog weinig perspectief. Wit speelt in het vervolg op het beteugelen van deze dameloper.

  1. Lf1-e2 d5xc4

Volgens het aloude adagium: wachten met slaan op c4 tot wit zijn loper heeft gespeeld, zodat wit een tempo verliest door twee keer achter elkaar met hetzelfde stuk te spelen.

  1. Le2xc4

Nu is een stelling ontstaan die in vele toppartijen is voorgekomen. Zwarts speelt bijna altijd 9… g6, maar Dave komt met een zet die er actiever uitziet.

  1. … b7-b5

stelling na 9… b5

De computer geeft na deze zet een normaal plusje aan wit, maar het is een veeg teken dat deze zet nooit is gespeeld door spelers met een rating boven 2400. In ieder geval brengt de zet wat leven in de brouwerij. De stelling dreigde een beetje saai te worden. 

  1. Lc4-e2

De loper heeft drie velden. Ik wilde hem niet op b3 zetten, omdat ik zwart niet de gelegenheid wilde geven met zijn dameloper eventueel via a6 de diagonaal a6-f1 te bezetten. Blijft over d3 of e2. Op d3 staat de loper misschien actiever, maar hij onderbreekt ook de dekking van pion d4 door de dame na een eventueel e3-e4. Waarschijnlijk is het lood om oud ijzer.

  1. … b5-b4?!

stelling na 10… b4?!

Dave blijft het actief aanpakken, maar de pionnenstelling van zwart op de damevleugel wordt wel erg los zo. Ik was niet bang voor de zet en zag hem graag komen, maar dat kwam ook omdat ik nog niet had gezien dat mijn geplande antwoord 11. Pe4 kan worden beantwoord met 11… Dg6 met een dubbele aanval op Pe4 en pion g2. Eventjes denken dus. 11. Pa4 spelen dan maar? Ziet er niet slecht uit en is dat volgens de computer ook niet, maar bij nader inzien blijkt dat ik gewoon 11. Pe4 kan spelen. Na 11… Dg6 kan ik namelijk het paard terugtrekken naar g3. Bovendien… kan ik misschien pion g2 wel offeren! Ik besluit dus het paard naar e4 te spelen.

  1. Pc3-e4 Df6-g6

Zwart speelt à tempo de dame naar g6 en valt daarmee dus zowel e4 als g2 aan. Inmiddels had ik bedacht dat het offeren van pion g2 te riskant is en ik trok het paard dus terug naar g3.

  1. Pe4-g3?!

stelling na 12. Pg3?!

Achteraf blijkt dat het pionoffer op g2 helemaal verantwoord is. Na 12. Dc2! faalt 12… Dxg2? op 13. Tg1 Dh3 14. Dxc6! Tb8 15. Tg3 Df5 16. Pe5

stelling na 16. Pe5 (analyse)

en zwart heeft geen verweer tegen de mooie dreiging 17. Tc1 gevolgd door tweemaal slaan op c8 en mat met het paard op c6. Iets beter is 12… Lb7 13. Ph4, maar ook dan staat wit duidelijk beter na bijvoorbeeld 13… Dh7 14. 0-0 Le7 15. Ld3 f5 16. Pf3 fxe4 17. Lxe4 Dg8 18. Lxc6 Lxc6 19. Dxc6.

stelling na 19. Dxc6 (analyse)

Ik had deze varianten niet allemaal gezien, maar ook na de tekstzet beviel de stelling mij wel. Het paard staat op g3 misschien een beetje vreemd, maar hetzelfde geldt voor de zwarte dame op g6.

  1. … Lf8-d6

Nu was ik 13. Ld3 van plan, om na 13… Df6 met 14. Pe4 de loper op d6 (zwarts goede loper) te ruilen. Achteraf keurt de computer dit plan goed, maar na 14… De7 moet wit niet 15. Pxd6† spelen, maar 15. Dc2 Lb7 en dan het onverwachte 16. La6! waarna hij een pion wint middels 16… Lxa6 17. Dxc6 (met dubbele aanval op de loper en op de toren) 17… 0-0 18. Dxa6.

stelling na 19. Dxa6 (analyse)

Ik was inmiddels echter op een ander idee gekomen en had mijn aandacht van de dame op g6 verplaatst naar de zwakke zwarte damevleugelpionnen. Die besloot ik aan te vallen. Ik twijfelde tussen 13. Da4 en 13. Tc1. Uiteindelijk besloot ik tot 13. Da4, mede omdat ik met deze zet ook nog een extra oogje op het veld a6 houd. Een verkeerde beslissing!

  1. Dd1-a4? Lc8-b7

stelling na 13… Lb7

Op dit moment kwam ik erachter dat het een vergissing was geweest de c-pion met de dame aan te vallen en niet met de toren. Waarom? Omdat ik nu merkte dat ik niet meer over de mogelijkheid Ld3 beschikte. De dame dekt veld d3 niet meer, en daardoor is er van het witte voordeel niet veel meer over. Maar goed, doorspelen maar. De zwaktes in de zwarte stelling zijn nog niet verdwenen.

  1. 0-0 0-0
  2. Tf1-d1

Brengt de mogelijkheid van Ld3 weer in de stelling.

  1. … e6-e5?

stelling na 15… e5?

Dave begrijpt de stellingsproblematiek goed: hij speelt zijn pionnen op (9… b5, 9… b4 en nu 15… e5) om de stelling te openen. Dat is de aangewezen strategie als je beschikt over het loperpaar. Maar de tekstzet is op dit moment niet goed mogelijk omdat zwart een pion verliest.

  1. d4xe5 Pd7xe5

stelling na 16… Pxe5

  1. Pf3xe5

Wit gaat de pion ophalen. De computer geeft aan dat het nog sterker is om de pion in leven te laten en de stelling te versterken met 17. Ph4 en dan 17… Df6 18. Pe4 Dxh4 19. Pxd6

stelling na 19. Pxd6 (analyse)

(wat ik wel had gezien, maar ja, dat wint geen pion) ofwel 17… De6 18. Phf5 Le7 19. Db3! Tae8 (niet 19… Dxb3 20. Pxe7†) 20. Dxe6 fxe6 21. Pxe7† Txe7 22. Pe4.

stelling na 22. Pe4 (analyse)

Ik ga voor de pionwinst en sla dus met het paard op e5.

  1. … Ld6xe5
  2. Da4xb4

De pion is binnen.

stelling na 18. Dxb4

  1. … Ta8-b8

Nu staat wit weer voor de keuze. Waarheen met de dame? Ik bekeek de opties Da4, Da5 en Dc5. Volgens de computer is 19. Dc5 het beste: 19… Lxb2 20. Tab1 Df6 21. Dxa7

stelling na 21. Dxa7 (analyse)

en zwart kan de sterke paardsprong 22. Pe4 niet verhinderen.

  1. Db4-a4?

Het was moeilijk te zien dat wit hiermee zijn voordeel weggeeft.

  1. … Le5xb2
  2. Ta1-b1 Lb2-e5?

stelling na 20… Le5?

Voor de hand liggend maar fout. Zwart had zijn nadeel kunnen beperken door het verrassende 20… Lc8! 21. Dxa7 Le6 22. Ld3 Df6 23. Pe4 De5

stelling na 23… De5 (analyse)

en opeens is het zwarte loperpaar tot leven gekomen, waardoor wits pluspion niet veel betekenis heeft.

  1. Da4xa7

Nu is alles goed voor wit. Zwart heeft maar één zet om de loper op b7 niet te verliezen.

  1. … Lb7-a8

stelling na 21… La8

Een miserabele zet, maar dit is de enige manier om de loper, die twee keer staat aangevallen, te redden. Na 21… Lc8 valt de toren op b8.

  1. Tb1xb8 Tf8xb8

stelling na 22… Txb8

Dit leek me gedwongen, maar bij nader inzien is slaan met de loper beter: 22… Lxb8 en nu heeft wit de keus tussen 23. Dxa8 Lxg3 24. Da6 Lc7,

stelling na 24… Lc7 (analyse)

waarna ook pion c6 nog verloren gaat, en 23. De7, waarmee wit de druk op de ketel houdt, bijvoorbeeld na 23… Dg5 24. Dxg5 hxg5 25. Pe4 f6 26. Pc5. De loper op a8 heeft geen enkel perspectief.

stelling na 26. Pc5 (analyse)

Na de tekstzet merkte ik op dat de loper op e5, die de toren op b8 dekt, bijna geen velden heeft. Ik zocht naar een manier om hiervan te profiteren. Ik besloot eerst maar eens 23. f4 te spelen. Zwart moet dan zijn loper naar d6 spelen en zijn stelling hangt maar houtje-touwtje aan elkaar: de loper dekt de toren en de dame dekt de loper.

  1. f2-f4 Le5-d6

stelling na 23… Ld6

Wat nu? De zwarte stukken staan optimaal slecht. Hoe hiervan te profiteren? Eerst bekeek ik 23. Lh5, met het idee om op f7 te slaan en dan de loper op d6 op te halen. Dat zou nog een pion winnen. Opeens zag ik de oplossing:

  1. Da7xb8†!

Behalve de overbelasting van de loper en de dame zit er nog een ander thema in de stelling: de zwakte van de onderste rij! Bij de analyse thuis bleek overigens dat deze combinatie een zet eerder (in plaats van 23. f4) ook al mogelijk was geweest.

  1. … Ld6xb8
  2. Td1-d8† Kg8-h7
  3. Le2-d3

stelling na 26. Ld3

Wint de dame terug, zodat de combinatie een kwaliteit heeft opgeleverd. De positie van het paard helpt wit ook nog een handje: zwart kan niet 26… f5 spelen omdat wit die pion er gewoon afslaat met 27. Lxf5.

  1. … Dg6xd3
  1. Td1xd3

stelling na 27. Txd3

Wit staat kwaliteit en pion voor, maar daarmee is de ellende voor zwart nog niet voorbij. Zijn lopers staan zo ongelukkig dat hij er een moet verliezen. Om te beginnen dreigt wit 28. Td8. Op 27… Lb7 volgt 28. Tb3 met loperwinst. Ook 27… La7 verliest een loper na 28. Ta3. Zwart doet dus de enige loperzet die nog in aanmerking komt.

  1. … Lb8-c7
  1. Td3-a3

slotstelling na 28. Ta3

Maar ook nu ontkomt zwart niet aan stukverlies na 28… Lb7 29. Ta7.

Zwart gaf daarom op. De na de opening, bij de zevende zet, gekozen strategie van wit, die gericht was op het beteugelen van de zwarte dameloper, is in deze partij prachtig uit de verf gekomen!

1-0