Door David
Dinsdag 13 oktober mochten twee van onze vier avondteams van start in de NBSB avondcompetitie, en ook nog eens tegen teams van een zelfde club, EGS in Goirle. Bij aankomst in het rustige zaaltje van Buurthuis De Wildacker stond niets klaar van wat leek op schaakattributen, maar wel een indrukwekkende kast met bollen wol en breigerei. We vreesden ons vanavond in heel andere patronen te moeten verdiepen dan waar we vertrouwd mee zijn, en probeerden ons te herinneren wat ook al weer opzetten in brei-jargon betekent en wat rechts en averecht inhoudt. Averechts is vast te lang in een verslag doorzagen over een breikast, en toen Maarten de Wit van de gastheren met stapels stukken, borden en klokken aan kwam sjouwen, waren de steken… ik bedoel stukken al snel opgezet in hun juiste positie.
Bij De Kentering A maakten Wilbert en Ivan hun debuut in het team, en in het B-team speelde Coen van Viegen zijn eerste externe partij voor De Kentering. Op bord 1 had Ivan een erg complexe partij met een volledig open bord, waar vooral Ivans koning onbeschermd was door pionnen, maar de open lijnen ook aanvalskansen boden. De lichte stukken van zowel Ivan als zijn tegenstander Robin Verhoeven hadden alle ruimte en de uitslag leek alle kanten op te kunnen uitvallen. Het werd, zoals dat vaak gaat in open stellingen waarin van alles gebeurt, uiteindelijk toch gewoon remise.
Minder voorspoedig verliep Wilberts partij op bord 2 tegen het talent Christian Zouridis, die in augustus in twee toernooien maar liefst 121 ratingpunten had gewonnen en, zoals ik enthousiast hoorde noemen onder zijn clubgenoten, ‘in the winning mood’ is. Zijn zet (met wit) Pe8!!+ was indrukwekkend, klopte in alle varianten en was winnend.
Minstens zo indrukwekkend was de winst van Bent op bord 3 tegen Pascal Graafmans. Bent offerde een kwaliteit en had beredeneerd dat zijn sterke loper en koningsaanval voldoende compensatie boden. Dat moest dan wel nog bewezen worden en bij het langslopen was me lange tijd nog niet duidelijk hoe die aanval dan ingezet moest worden. Bent gaf aan geen twijfels gehad te hebben en eigenlijk alleen het teruggeven van de kwaliteit zijn tegenstander remisekansen geboden zou hebben. Die hield vast aan zijn lichte materiële voorsprong, verdedigde met man en macht, verloor steeds meer pionnen en moest uiteindelijk het hoofd buigen na een fase van al maar beter gepositioneerde stukken van Bent en toenemende druk.
Op bord 4 ontstond een evenwichtige stelling tussen Leon en Bart Plasmans, lieten beiden geen steken vallen, en mondde de partij uit in een evenwichtige uitslag. Zo ook de eindstand na deze eerste krachtmeting in de Hoofdklasse van de NBSB: 2-2
De Kentering B had een fijne start van het seizoen en mocht aan het eind van de avond een 1-3 overwinning noteren!
Al relatief vroeg in de avond ontstonden op verschillende borden stellingen waar maar nog voor maar voor twee resultaten gespeeld werd. Op bord 4 had Coen in een moment van onoplettendheid tegen René van den Bosch een pion weggegeven en had hij tot overmaat van ramp zwakke dubbelpionnen op de f-lijn en had zijn tegenstander maar liefst twee ver opgerukte en verbonden vrijpionnen op de b- en c-lijn. Het was een kwestie van tijd voordat de partij beslist zou zijn. René liet zijn vrijpionnen rustig staan op de verre 6e rij, en ging op zijn gemak de losse h-pion ophalen om ook op de h-lijn nog een vrijpion te creëren.
Op bord 3 stond Ralf, na een correct torenoffer dat niet werd aangenomen, een gezonde pion voor. De weg naar de winst was echter, nadat de meeste stukken van het bord verdwenen waren en hij een paard en vrijpion (c-lijn), en zijn tegenstander een loper over hadden en beiden een pion op de h-lijn, niet zo eenvoudig. Er dreigde een loperoffer om de vrijpion uit te schakelen, waarna zijn tegenstander met zijn koning de andere pion aan de andere kant van het bord zou kunnen ophalen en er niet meer dan remise over was. Met 12 minuten op de klok en zijn tegenstander nog maar één minuut deed Ralf het verstandigste wat je kunt doen in zo’n situatie: 5 minuten op je handen gaan zitten en geduldig een winstplan uitdenken. “Ik heb echt tientallen paardsprongen in mijn berekeningen voorbij zien komen.” Het plan naar winst bestond, Ralf vond het, en hij kantte de partij daarna keurig af.
Op bord 2 had ik zelf na een aardige combinatie de stelling van mijn tegenstander flink geruïneerd en hield goed de druk erop. Het duurde lang voordat hij eindelijk kon rokeren achter de pionnenruïnes. De pion winst daarna kwam echter met een prijs. Mijn tegenstander, Peter-Paul van der Schoot, kreeg een tegenkans die van mijn kant nauwkeurig spel en het teruggeven van een pion had gevraagd om in het voordeel te blijven. Was ik dan toch te gulzig geweest met 18…. Txe4 (zie diagram)?
Wit had keuze uit drie veelbelovende zetten: 19. Dh5, 19. Df3 en 19. Txf7! Om met die laatste te beginnen: ik had die zet niet gezien, en hoop dat ik het correcte vervolg, 19… Le6 had gevonden. De stelling is, zowel na 20. Tf2 Txe3 als na 20. Df3 Lxf7 21. Dxe4 Dd7 + 22…. Te8 nog steeds gewonnen met die vrijpion en het passieve paard van wit. Mijn tegenstander koos tot mijn opluchting voor 19. Df3, en na 19… De7 20. Tfe1 g5!! 21. hxg5 Lg5 stond ik dik gewonnen en kon ik de vele voordelen in de stelling gemakkelijk verzilveren. Veel lastiger was 19. Dh5 geweest. Ik overwoog dan ofwel passief 19… Df8 te spelen, en zou na 20. Tf6 Te6 21. Taf1 Txf6 22. Txf6 Le6 23. Txh6 Dg7 weliswaar nog steeds oké (zelfs winnend volgens de computer) gestaan hebben, maar het ziet er al lang niet meer makkelijk uit. Het best zou na 19. Dh5 Le6! geweest zijn, een zet die ik inderdaad overwoog omdat het weggeven van h6 geen acuut gevaar oplevert. Na vervolgens 20. Dxh6 Txe3 blijft mijn promotiedreiging groot voordeel opleveren, kan mijn toren terugkeren naar e5 om g5 te dekken. Wit heeft ook, na een zwart Df8 op een goed moment, geen aanval meer. Zover kwam het dus niet en de vrijpion besliste de partij uiteindelijk.
Op bord 1 was het het spannendst. Bart stond zeer gedrongen na een zet of 20, een pion achter en nauwelijks tegenkansen. Hij overlegde of hij remise mocht aanbieden, wat, ook gezien de voorspoedige ontwikkelingen op bord 2 en 3, een prima idee was. Aan zo’n makkelijke teamoverwinning wilde tegenstander Alex van Lanen niet meewerken, en gelijk had hij: alleen hij leek te kunnen spelen voor winst. Dat veranderde toen het Bart lukte twee torens op de halfopen h-lijn te positioneren en na een loperoffer (!) een paard diep in de zwarte stelling kon plaatsen. Het vervolg was duizelingwekkend. Ook Barts dame wist over de open lijnen binnen te dringen en er ontstonden stellingen waar zijn tegenstander in toenemende tijdnood, steeds ook matdreigingen moest analyseren en pareren. Hoewel zwart inmiddels ook een vrije a-pion had, besloot Bart keer en keer opnieuw niet te versimpelen, wat in sommige stellingen ook winnend leek, maar steeds een nieuwe matdreiging te creëren. In een gewonnen stelling ging zijn tegenstander door de vlag. Klassepartij van Bart en een fraaie overwinning van ons team!


