De laatste voorronde van de Zomerschaken rapidcompetitie, afgelopen maandag 10 augustus, had niet alleen een paar leuke dagprijsjes om voor te spelen, maar ook een plaats in de finalegroep van 6 spelers die op 17 augustus strijden om de prijzen. Bij aanvang van de avond hadden nog ongeveer 16 spelers een kans om die finalegroep te bereiken. Zeker van een plaats was Jarich die met 10,5 punten wellicht door enkele maar niet door 6 spelers ingehaald kon worden. Hij trok zijn sterke spel ook deze avond weer overtuigend door met 3,5 uit 4. Bijna zeker van een finaleplaats was Wilbert (Schreurs), die met zijn 9,0 punten nog een puntje nodig had om ook zeker te zijn. Ook dat lukte uiteindelijk gemakkelijk (of niet?) met 3 uit 4. Maar daaronder maakten velen kans, zeker omdat de nummers 3, 4 en 5 van de tussenstand, Bent, Jimmy en Frank afwezig waren en in deze laatste ronde ook geen aanspraak konden maken op de 2 punten voor een bye.
Martien Heijmans verslaat Hans Remmers
Onze clubgenoten en kanshebbers Piet, Adib en Bart gingen goed van start maar lieten ook in de partijen daarna punten liggen. Dat was niet het geval bij Sven Bruls (HMC), Martien Heijmans (OSV) en Franck Steenbekkers (Dubbelschaak ’97) die uiteindelijk 3,5 uit 4 of zelfs 4 uit 4 scoorden. Zij pakten alle drie finaleplaatsen. Geen clubleden naast Wilbert die de finalepoule bereikten? Toch wel. er eindigden 4 spelers met 9 punten, en van hen had Adib het meeste weerstandspunten en pakte de laatste plek in de finalegroep.
Marianne Koolwijk – Alex Lalihatu
Het was de hele avond fijn spannend, maar ook weer heel gezellig met 38 schakers, waaronder twee vrouwen, en tot de op een na laatste partij heerlijk zomeravondweer om buiten op het terras te schaken.
In verband met de kermis in Rosmalen ligt het Zomerschaak een weekje stil. Dat bracht mij op het idee zelf eens een schaakkermis op te tuigen. Deze kermis bestaat uit zes attracties!
Ik ontleen deze kermisattracties aan het volgende boek: M. Euwe-M. Niemeyer-A. Rueb-B.J. van Trotsenburg, ’H.G.M. Weenink. Samengesteld voor het Vereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap en den Nederlandsen Bond van Probleemvrienden’, Amsterdam-Haarlem [1932].
Dit boek is geschreven als eerbetoon aan Henri Weenink, een schaker die vandaag de dag vrijwel vergeten is, maar die in de jaren twintig van de vorige eeuw behoorde tot de top van de Nederlandse schaakwereld. Hij is geboren in Amsterdam in 1892 en stierf jong in 1932.
Tegenwoordig kennen sommigen deze Weenink misschien nog slechts van een paar verliespartijen tegen Euwe die in de biografie van deze wereldkampioen worden geanalyseerd. Weenink was echter niet alleen een verdienstelijk schaker, maar ook een probleemcomponist die in 1921 over dit deelgebied van het schaken het boek ’Het schaakprobleem. Ideeën en scholen’ publiceerde, dat in 1926 in een uitgebreidere versie ook in het Engels verscheen onder de titel ’The Chess Problem’.
Een van zijn beste prestaties was een met Landau gedeelde tweede plaats in het Nederlands kampioenschap van 1929, dat in juli van dat jaar in Amsterdam werd gehouden. Euwe won met 8½ uit 9, maar Weenink deelde met Landau de tweede plaats met 7 uit 9 en bleef ongeslagen.
Zijn grootste succes boekte Weenink in het zogenaamde Spielmann-toernooi, een zeskamp die in februari 1930, eveneens te Amsterdam, werd gehouden. Hij won het toernooi met 4 uit 5, voor Euwe met 3 punten en Spielmann en Landau met 2½ punt.
Opgave 1: de draaimolen
Laten wij nu de kermis betreden! Om te beginnen nemen wij plaats in een draaimolen. We zien die in onderstaand diagram, een probleem van F.G. Glass.
Opgave 1. Glass. Wit geeft mat in 4.
Hoe zet wit de draaimolen in werking om zwart op de vierde zet mat te geven?
Opgave 2: de breakdance
Voor de tweede opgave moeten we plaatsnemen in een iets grotere attractie, de breakdance. Zie het diagram hieronder. Het probleem is gecomponeerd door J.C.J. Wainwright.
Opgave 2. Wainwright. Wit geeft mat in 4.
Hoe zwiept wit de zwarte koning mat?
Intermezzo: de booster
Wie duizelig is geworden van de draaimolen en de breakdance kan voor de derde kermisattractie een boost krijgen in de vorm van een opgave van F. Simchowitsch, die in ’L’Italia Scacchistica’ van 1924 een eerste eervolle vermelding kreeg. Ik geef eerst het diagram en meteen daarna de uitwerking. Dit als inspiratie voor de drie kermisattracties die hierna nog volgen!
Simchowitsch 1924. Wit aan zet maakt remise.
De oplossing van dit probleem geeft Weenink in zijn schaakrubriek in ’De Oprechte Haarlemsche Courant’ van 21 september 1928. Ik citeer het stijlvolle relaas van Weenink:
’Zoo op ’t eerste gezicht lijkt het, of wit, die een Toren achter is, gebruik moet maken van ’t eenigszins afzijdig staan van Ta7 en Lc8 om een of ander eeuwig schaak-mechanisme in elkaar te zetten. Maar dat valt niet mee. Men probeert:
Pg5-f7 Td8-e8
want op Tf8 volgt Tf3† Ke6 Pg5†.
Pf7-d6† e7xd6
Tg3-f3† Kf5-g6
Tf3-g3† Kg6-f7
Tg3-f3† Kf7-e7
en als men zoover gekomen is, zegt men: ”Zo gaat het niet; de koning ontwijkt via d8”.
Stelling na 5… Kf7-e7
Dan gaat men van voren af aan beginnen; alles en nog wat probeeren; ieder liefhebber kent de grimmige woede, die zich dan van den oplosser meester maakt. Want, nietwaar, die pionnen op g2 en f2 wijzen toch wel sterk in de richting van een eeuwig schaak met een witten Toren die tusschen e3 en h3 heen en weer gaat. Maar telkens komt men terug tot de stelling, die na de boven aangegeven 5 zetten ontstaat. Tenslotte gebeurt een van tweeën: of ge krijgt een helderen inval en vermoedt het geniale plan dat aan het vraagstuk ten grondslag ligt, of een vriend zegt tegen u: ”Het gaat verder zoo:”
Tf3-e3† Ke7-d8
Te3xe8† Kd8xe8
a2-a3!
Stelling na 8. a2-a3
Dan wacht die vriend eens eventjes om van uw verbazing te genieten. Eerst zijt ge geneigd om u reeds gewonnen te geven: de heele zwarte damevleugel is geblokkeerd en de zwarte Toren en Looper kunnen dus geen kwaad doen. Maar dan schudt ge ongeloovig het hoofd en zegt: ”Dat is een kwestie van tijd; wel kan Lc8 er niet meer uit, maar de zwarte Toren komt wel los langs de achtste rij en die trekt dan om en zwart wint.” Inderdaad: wit is nog lang niet veilig en moet nog allerlei vernuftige zetten vinden. Laten we zwart zoo spoedig mogelijk zijn Toren doen meehelpen:
….. Lc8-b7
Kc1-d1 Ke8-f7
Kd1-e1 Ta7-a8
Ke1-f1 Ta8-h8
Kf1-g1!
Stelling na 12. Kf1-g1
Nog net bijtijds is de witte Koning present om de omtrekking langs de h-lijn te beletten. Nu gaat zwart het eens langs de e-lijn probeeren:
….. Th8-e8
Kg1-f1
Stelling na 13. Kg1-f1
Daar de zwarte Toren klaarblijkelijk niet kan indringen, zal de zwarte Koning via e4 moeten oprukken. Als wit dan f3 speelt om dit te beletten, krijgt de Toren het veld e3.
….. Kf7-f6
g2-g3 Kf6-f5
f2-f3
Stelling na 15. f2-f3
Toch! De twee pionnen beletten nu iedere poging van den zwarten Koning; langs de h-lijn kan de Toren nu evenmin iets bereiken, daar de witte Koning dan tussen g1 en g2 heen en weer schuift. Dus de laatste kans geprobeerd:
….. Te8-e3
Kf1-f2 Te3-d3
Kf2-e2
en nu is de indringer gevangen!
Stelling na 17. Kf2-e2
….. Td3xf3
Ke2xf3
Stelling na 18. Kf2xf3
en wit houdt gemakkelijk remise, daar de zwarte Looper slechts tempozetten doen kan, doch niet actief meewerkt.
Het idee dezer studie, de blokkeering van den zwarten Looper op den tweeden zet, blijkt dus pas 16 zetten later! De fijne manoeuvres, die het ingrijpen van den zwarten Toren verijdelen en de tijdwinst door den zwarten Koning naar e8 te lokken sluiten hierbij in stijl aan.’
Opgave 3: de schiettent
Nadat we door deze booster onze energie hebben opgeladen verplaatsen we ons naar een ouderwetse schiettent. Niet geschoten is altijd mis!
In deze schiettent vormt een opgave van Weenink die hij publiceerde in De Amsterdammer van augustus 1916 het doel. In deze periode was Weenink overigens als reserve-luitenant gemobiliseerd… Wie schiet in de roos? Let op: ook de tweede zet is van belang!
Opgave 3. Weenink 1916. Wit geeft mat in 2.
Opgave 4: de rupsbaan
Voor de volgende opgave nemen wij plaats in de rupsbaan. We zien dat voor de zwarte koning het doek al bijna is gevallen! Deze opgave is gepubliceerd door Weenink in het Algemeen Handelsblad van 22 september 1917. Wie brengt de zwarte koning definitief onder zeil?
Opgave 4. Weenink 1917. Wit geeft mat in 2.
Opgave 5: de botsautootjes
We eindigen onze rondgang over de kermis in de botsauto’s. In opgave 5 wordt de zwarte koning door maar liefst 5 kleine kevertjes in het nauw gebracht.
Deze laatste opgave is door Weenink gepubliceerd in het Clubnieuws van het Vereenigd Amsterdamsch Schaakgenootschap (VAS) van 1 juni 1918.
Hoe rijden de witte kevertjes de zwarte koning van de sokken?
Opgave 5. Weenink 1918. Wit geeft mat in 2.
Wie kan bovenstaande 5 opgaven oplossen? Veel plezier op de kermis en tot ziens op het Zomerschaak!
In de competitie van het Zomerschaken begint zich een kopgroep af te tekenen. Nog één ronde te gaan om te bepalen wie de hoogstgeplaatste zes zullen zijn die op 17 augustus in de finalegroep om de prijzen gaan strijden. Jarich Haitjema bleek ook deze derde ronde weer onstuitbaar met 4 uit 4. Daarachter kunnen nog minimaal 12 mensen hopen op een finaleplaats. De ervaring uit voorgaande jaren leert dat 9 punten uit 16 voldoende is om dat te bereiken, en een groot aantal spelers kan, als ze een keer flink uithalen in de laatste ronde, die 9 punten nog halen. Zie de pagina Tussenstand Zomerschaken 2026 voor de huidige stand na 3 ronden.
Wat me echter het meest trof in deze derde ronde was de schoonheid van de intensiteit en concentratie op de gezichten van de schakers. Bij het openingspraatje zei ik grappend dat iedereen op de website kan zien hoe intelligent hij of zij eruit ziet op een foto waarop hij of zij schakend in beeld wordt gebracht. Maar als je de foto’s bekijkt is het vooral de schoonheid van de rustige en gerichte uitstraling van het gezicht van een geconcentreerde schaker die mij treft. Een paar voorbeelden en verder een verwijzing naar de pagina Foto’s Zomerschaken 2026 om het zelf eens met die bril te bekijken.
Door David Zoals op het afgelopen WK de meeste doelpunten in het laatste ‘kwart’ – na de tweede hydration break – vielen, zo namen zaken ook een wending in het laatste kwart van de zomerschaakavond. Allereerst werd duidelijk wie de echte Zomerschaak diehards zijn; alleen Jan Arts en Lex Kok speelden, niet gehinderd door enige intredende koelte of duisternis, de vierde ronde op het terras. Alle overige deelnemers zochten het licht van café en zaal op.
De meest verrassende wending vond echter plaats aan de kop van het klassement. In de eerste avond kwam Jarich Haitjema aan de leiding door als enige deelnemer 4 uit 4 te scoren. Die lijn zette hij voortvarend door met twee overwinning om het eerste halfje af te staan in de 3e ronde aan Wilbert Schreurs. Maar toen, in het vierde kwart van de avond, bracht Frank Lambregts de spanning terug in de competitie door van Jarich te winnen. Zowel Frank als Jarich herinnerden zich de zetten van de partij na afloop en geven elk hun commentaar. Jarich: “In mijn 4e partij bleek mijn gevoel voor gevaar niet juist afgesteld en werd ik slachtoffer van een winnende aanval” Frank: “Bij zet 13 twijfel ik even over de volgorde.”
Frank speelde 13. f4 en na 13… d6 14. fxe5 greep Jarich mis. Jarich over deze stelling: “Frank stond een pion achter, maar heeft wel gevaarlijke aanvalskansen langs de f-lijn. Hij speelde hier 14. fxe5 en in plaats van gewoon terug te slaan met een kleine plus dacht ik slim te zijn: 14. …Pxe4??. Frank vond hier echter de sterkste zet 15. Dh5! waarmee het paard gepend wordt (15. …Pxd2? 16. Dxh7#). Ik kon niets beters bedenken dan 15. …Pd7 16. Pg5 Pxg5 17. Lxg5 g6 18. Dh6 Dc7? Opnieuw een onnauwkeurigheid.”
Frank over dit moment: “Als Jarich hier 18… De8 speelt, gaat het niet mat vanwege 19. Lf6? Pxf6 20 exf6 De3+!! Dus moet wit na De8 een ander winstplan pakken door eerst Le4!! te spelen (haalt De3+ uit de stelling) met dezelfde matdreiging en dan is het na 19…. dxe5 20. Lxb7 sowieso al helemaal uit.”
Jarich kon echter ook nagenieten van mooie overwinningen waaronder deze tegen Tim Thole. In de opening had ik twee pionnen geofferd. In ruil daarvoor heb ik wel kansen tegen de zwarte koning, die al gespeeld heeft en daarom niet meer kan rokeren. Helaas, want zwart zou maar al te graag lang rokeren… Zwart had echter wel in het voordeel kunnen komen met 23. …Tb8 om de gevaarlijke toren uit te schakelen. Hij koos echter voor een leuke truc, die ook Tb7 uitschakelt maar een nadeel blijkt te hebben: 23. …Pxe5?! 24. Txe5 Db1+ 25. Te1 Lxf2+ 26. Kxf2 Dxb7
Materieel gezien allemaal niet zo slecht voor zwart, maar de dame op b7 staat heel ongelukkig.
Na 27. Dg7 Tf8 28. Txe6+! kreeg wit een sterke aanval en zwart verloor even later zijn dame en de partij.
Door David Hij meldde zich als een van de laatste aan voor de helemaal volgeboekte avonden Zomerschaken en ging er bijna met de eerste plaats van door. Tim Thole van HMC is met zijn rating van 1760 ingedeeld in ratinggroep 1600-1800, maar scoorde 3,5 uit 4 en een TPR van maar liefst 2211, na overwinningen op Hans Sinnige, Martijn Visser en Hans Remmers, en een verdienstelijke remise tegen Wilbert Schreurs. Alleen Jarich Haitjema behaalde de perfecte score van 4 uit 4, na een fascinerend gevecht in de laatste ronde tegen Bent Schleipfenbauer. Tim koos als dagprijs een boek met off-beat varianten die je in een d4-opening tegen kunt krijgen en hoopt dat het hem volgend seizoen gaat helpen: “We spelen met HMC 3 in de 4e klasse KNSB komend seizoen, dus dat wordt pittig.”
Winnaars dagprijzen 13-07 Jarich Haitjema, Tim Thole en Robin Pigmans
De Oeps-/schoonheidsprijs is dan weliswaar geen onderdeel meer van het zomerschaken, maar zou, vanwege de schoonheid van de winnende zet, zeker gegaan zijn naar Bart van den Berg. In de stelling op de foto heeft Bart net Ld2-h6 gespeeld. Zwart kan opgeven. Wat een krachtzet!
Na gxh6 volgt uiteraard Dxh7#, na Df8 wint wit de dame en kan wit zelfs nog eerst Taf1 spelen. En na elke andere zet, bijvoorbeeld Pf8, wint Lxg7+ + Dg7#
Andere deelnemers van deze of volgende avonden worden van harte uitgenodigd ook prachtzetten of prachtblunders in te sturen of andere leuke content!
Daarmee is de kop eraf van deze nieuwe editie Zomerschaken. De omstandigheden waren ideaal: warm en zonnig weer op het terras en voor iedereen die liever schaakt in wat meer koelte, was er de fijn geaircokoelde speelzaal, waar door ongeveer de helft van de deelnemers dankbaar gebruik van werd gemaakt. Of het cafégedeelte voor wie van gezelligheid houdt en wel onrust om zich heen goed kan verdragen. Foto’s van deze eerste avond staan op Foto’s Zomerschaken 2026 De tussenstand staat op 2026 Tussenstand Zomerschaken
In de tussenstand hebben alle spelers die deze eerste ronde nog niet mee konden spelen een bye van 2 punten gehad. Deze krijgt een deelnemer maar één keer. Dat geldt ook als een speler in één van de volgende rondes niet mee kan doen.