Wandelkoning

Ken uw klassieken: de winnende wandelkoning!

Door Leon ter Beek

Ik zal niet de enige zijn binnen onze schaakvereniging zijn die zich in verloren uurtjes aan vluggertjes op het internet waagt. Wat mij betreft is dit niet meer dan een — weliswaar akelig verslavend — tijdverdrijf, en ik analyseer deze potjes dan achteraf ook vrijwel nooit. Eigenlijk is dat natuurlijk zonde, want juist vluggertjes lenen zich goed om bijvoorbeeld ervaring op te doen in bepaalde openingsvarianten. Maar het is meestal te veel moeite om een partijtje te analyseren: de adrenaline verlangt alweer naar het volgende potje.

Laatst speelde ik weer zo’n vluggertje. De zetten laat ik hieronder volgen. De bedenktijd was 3 minuten met 2 seconden increment per zet.

Bij mijn 28e zet werd ik (waarschijnlijk onbewust, want het was maar een vluggertje) mede geïnspireerd door een bekend voorbeeld uit de toernooipraktijk. Het betreft de partij uit het Interpolistoernooi van Tilburg 1991, waarin Nigel Short met een vergelijkbare koningsmars Jan Timman naar huis speelde.Ik geef de zetten van deze partij zonder commentaar, tot aan de 31e zet.

Een verbluffende gelijkenis, nietwaar? In beide partijen loopt de witte koning via de koningsvleugel naar de zwarte koning, in beide partijen staat de zwarte dame buitenspel op de damevleugel, en ook de pionnenstructuur op de koningsvleugel is dezelfde. Zelfs de laatste zet van de partij is dezelfde: Kf4-g5.

Ik denk niet dat ik op het idee van de koningswandeling zou zijn gekomen als ik de partij van Short niet had gekend. ’Patroonherkenning’ heet dat in de leerboeken. Voorbeelden uit het verleden blijven een inspiratiebron. Ken uw klassieken!

3 reacties op “Wandelkoning

  1. In de analyse van de slotstelling van Short-Timman is 37. Kxh5 natuurlijk winnend, maar nog veel leuker is 37. Kf6, waarna mat op g7 onafwendbaar is. De ultieme triomf van de wandelkoning!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.