De kracht van twee lopers

Door David Bruggeman

Maandag mochten we eindelijk weer aan de bak, en ik had er na de lange schaakpauze ook weer echt zin in. De stemming op de club voelde als warm bad: nieuwjaarswensen alom, uitwisseling van nieuwtjes en een geconcentreerde schaaksfeer rondom de vier borden van het tweede team, dat een inhaalwedstrijd speelde tegen Grenslopers 1 uit Goirle. (Mooi gewonnen mannen. 2,5-1,5 in vier spannende partijen: gefeliciteerd!).

Ik trad aan tegen Luigi de Mas. Het werd een partij waarvan je hoopt dat je ze soms mag spelen: een duidelijk plan, dat ook nog lukt en afgerond kan worden met een mooie combinatie.

Twee sterke lopers spelen een hoofdrol, en zijn ook als schaakthema interessant. Het is een bekende wijsheid: twee lopers zijn vaak sterker dan paard en loper, maar hoe verzilver je zo’n vermeend voordeel dan? Vanaf het moment dat Luigi zijn loper ruilde tegen mijn paard op c6 wilde ik proberen dat goed uit te denken. En met enige hulp van Luigi lukte het ze goed in stelling te brengen.

 

5 reacties op “De kracht van twee lopers

  1. Mooi gespeeld, David!

    Ik denk dat wit het op de 16e zet met 16. Lc1-b2 nog wel bij elkaar had kunnen houden.

    Dan is het moeilijk voor zwart om de beide lopers op het bord te houden. Het witte paard op d4 staat zijn ook zijn mannetje.

    • in de variant die ik geef met 16. Lb2, b5 zou 17. Pd4 wellicht iets beter kunnen zijn. Na 17…, Dd7 vraag ik me af of wit dan die witte loper moet slaan. Zwart houdt dan alle mogelijkheden om de pion op d5 en c3 (torens verdubbelen) aan te vallen.

      • De stelling na 16. Lb2 is echt interessant!

        Zwart kan 16… b5 spelen, maar dan is (wat jij ook aangeeft) meteen 17. Pd4 een goed antwoord (sterker dan 17. a4 Tc5 en zwart staat beter), bijvoorbeeld 17… Dd7 18. Pc6 en wit kan 19. a4 spelen, waarna zwarts damevleugelpionnen uiteen worden geslagen. Mijns inziens staat wit dan niet slecht.

        De tweede mogelijkheid voor zwart na 16. Lb2 is 16… Tc5. Dan speelt wit 17. e4 Lxb2 18. Dxb2 Txc4 19. Dxb7 Dd6 20. Pd4. In deze variant hoeft het paard niet meteen naar d4. Ook hier staat wit volgens mij bevredigend.

        Maar ik geef toe dat zwart wel prettig spel kan houden, en in ieder geval een iets makkelijker te spelen stelling.

        Interessant!

  2. Dank aan alleen voor de commentaren op de partij. Hoewel ik die verloren heb kan ik stellen dat ik daar meer voldoening van heb dan van menige winstpartij.
    Wat betreft het commentaar op 16 Lb2: ik had deze zet klaarliggen maar besloot toch tot meteen Pd4 om twee redenen: 1. aanval op de loper die op f5 erg hinderlijk was ( ik durfde g4 niet aan omdat er dan gaten vallen in de witte koningsstelling waardoorheen batterij de zwarte lopers, die vroeg of laat op a7 en b7 worden opgesteld, dwars doorheen schieten.) en 2. tijdelijk Ta1 uit de Lg7 diagonaal houden.
    Zwart speelde uiteraard Le4 waarna ik de pion d5 met c4 dacht te dekken om vervolgens Lb2 spelen.
    In dat geval had zwarts b5 gepareerd kunnen worden door Pc6 want dan kan Txc6 niet meer omdat Td1 is gedekt door Ta1. Helaas, te laat.

    De oorzaak van dit alles ligt echter m.i. dieper. Als ik niet 14. Td1 had gespeeld maar Te1, wat ik eerst van plan was, dan had ik in ieder geval voldoende druk op e7 gehad om niet zo achter de feiten te moeten aanlopen. Ik besloot toch “voor alle zekerheid “mijn vrijpion op d5 te dekken met de toren en ik denk dat dit de strategische fout is geweest. Het kan zijn dat ik in mijn onderbewuste die toren nog op e1 voelde staan, waardoor ik de noodzakelijke dekking van de dame over het hoofd zag en zwarts zetten b5 bxc4 dodelijk waren.
    Terecht een partij uit een stuk voor zwart en om in te lijsten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.