Door Leon
Op zaterdag 7 maart speelde het team van De Kentering 1 tegen dat van De Baronie 3. Een topper in klasse 5M van de KNSB! Het was de nummer twee tegen de nummer drie. De Kentering 1 stond tweede, twee matchpunten achter Eindhoven 3, en zelf stonden we weer twee matchpunten voor op De Baronie.
Winst in deze beide topwedstrijden zou het kampioenschap en daarmee promotie naar de vierde klasse kunnen opleveren. Maar eerst zou er dus tegen De Baronie moeten worden gewonnen.
Helaas heeft het niet zo mogen zijn. In een harde strijd moesten we het hoofd buigen en De Baronie boekte een verdiende 5-3 zege. Omdat Eindhoven 3 zijn wedstrijd won, is het team uit Eindhoven met nog één ronde te spelen al kampioen. Een knappe prestatie!
De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de overwinning van De Baronie terecht was. Hun overwinning aan bord 2, tegen onze topinvaller Sven, was indrukwekkend. Ook het spel van de tegenstander van David getuigde van lef. Met bijna alleen maar pionzetten legde hij David het vuur na aan de schenen en deze moed leverde uiteindelijk de overwinning op.
Aan onze kant wonnen alleen Piet en Nico hun partij, terwijl Ton en Ralf een remise lieten noteren. Met de nederlagen van mijzelf en Olaf was dit te weinig om aanspraak te kunnen maken op de overwinning of zelfs maar een gelijkspel.
Mijn partij aan bord 1 was in zekere zin illustratief voor de middag. Het had er misschien wel ingezeten, maar het kwam er niet uit.
Ik speelde met zwart en ik vergiste mij in de opening. Ik speelde op de 6e zet een tamelijk ongebruikelijke variant, waarna mijn tegenstander geruime tijd nadacht en met een nog ongebruikelijkere tegenzet op de proppen kwam. Achteraf vind ik dat dit volgens de theorie de hoofdvoortzetting is, maar veelzeggend genoeg was mij dat niet bekend.
Mijn antwoord op deze verrassende zet was een fout. Ik ging vrijwillig met mijn dame in een penning. Ik wist natuurlijk ook wel dat dit in principe geen goed idee is, maar na diep nadenken meende ik te kunnen concluderen dat zwart zich dit kon permitteren en dat dit de aangewezen weg was om wits opzet te counteren.
Dit nu was een verkeerde inschatting. Wit wikkelde af naar een stelling waarin hij weliswaar een geïsoleerde dubbelpion op de e-lijn had, maar meer dan genoeg compensatie in de vorm van een geopende f-lijn en grote druk op mijn ongerokeerde koning.
Op de 19e zet was het tot de volgende stelling gekomen (zie diagram 1).

Diagram 1. Matthijs – Leon na 19. Dxe6
Na een van beide zijden niet foutloos gespeelde fase heb ik een stuk gewonnen waarvoor wit niet alleen 4 pionnen heeft, maar ook een geweldige aanvalsstelling. De computer evalueert de stelling hier op +1. Wit heeft dus verreweg de beste kansen.
Hoe pak je als zwart zo’n stelling aan? Het antwoord is natuurlijk: je stukken in het spel brengen. Maar met zo’n kwetsbare koning is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Wit is al helemaal ontwikkeld en dreigt bijvoorbeeld zijn e-pion naar voren te brengen en de laatste pion die de zwarte koning beschermt weg te blazen. Daarna heeft hij eventueel nóg een e-pion achter de hand om als stormram het karwei af te maken.
Bovendien staan er op de damevleugel nog drie pionnen in slagorde paraat om gebroederlijk op te rukken naar een glorieuze toekomst op de achtste rij.
Ik had er dus, eerlijk gezegd, totaal geen vertrouwen in. En dat is natuurlijk niet de houding waarmee je iets afdwingt! In de laatste aflevering van New In Chess wordt ex-wereldkampioen Magnus Carlsen geciteerd, die zegt: ”In Chess, the optimal state when you’re playing a game is somewhere between optimistic and delusionally optimistic. Because if you’re realistic, you’re just never going to be opportunistic enough to exploit your opponent’s mistake.”
Hoe waar deze woorden zijn bewijst het vervolg van de partij!
Met de moed der wanhoop slaagde ik erin de dametoren en de loper in het spel te brengen. We zijn dan bij diagram 2 aanbeland, na wits zet 26. Tf1.

Diagram 2. Matthijs – Leon na 26. Tf1.
Ik was erin geslaagd een directe aanval op de koningsstelling middels de opmars e4-e5 te verhinderen. Dit had reden voor optimisme kunnen en moeten zijn, zeker omdat ik ook nog de witte c-pion had weten te veroveren. Maar het lukte me niet mijn pessimisme af te schudden. Ten onrechte, want volgens de computer is de evaluatie inmiddels -1.5, wat wil zeggen dat zwart veel beter staat!
Het gevaar dat ik nu op me af zag komen was de gevaarlijke b-pion die rechtstreeks naar dame dreigt te marcheren.
In dezelfde aflevering van New In Chess waarin Carlsen wordt geciteerd staat ook een rubriek van Castellanos, getiteld ”The worst placed piece”. Castellanos betoogt dat een van de manieren om de beste zet te vinden is te kijken naar welk stuk het slechtst staat opgesteld: ”What is the Worst Placed Piece? This is a fundamental question when it comes to positional understanding. The short answer is simple: the worst placed piece is the one that has no real function in the position, the one with little or no influence on what is going on.”
Volgens deze redenering is zwarts toren op f8 het stuk dat het minst presteert. Op de f-lijn valt niet veel meer te halen en de toren kan beter elders worden geposteerd. Ik speelde daarom 26… Te8. Op e8 lijkt de toren actiever te staan dan op f8, maar de zet is niet goed want het geeft wit de gelegenheid zijn b-pion ongemoeid te laten oprukken. Wit speelde 27. b6 en hierna is wits voordeel winnend. Zwart kan de b-pion niet meer tegenhouden.
In plaats van 26… Te8 had ik 26… Ke7! moeten spelen. Maar ik was zo gefixeerd op de f-lijn en de e-lijn dat ik helemaal niet heb overwogen de toren om te spelen naar de damevleugel. Met 26… Ke7! en dan bijvoorbeeld 27. Tf2 De1† 28. Tf1 Db4 heeft zwart zijn toren vrijgemaakt en zijn voordeel behouden.
Helaas, niet gezien. Dit was niet mijn partij. Mijn tegenstander speelde het verder mooi uit en na 33. Kg2 (zie diagram 3) gaf ik op.

Diagram 3. Matthijs – Leon, slotstelling na 33. Kg2
Waarom gaf ik op? Omdat ik dacht dat ik zou verliezen na 33… Td8 34. b8D Txb8 35. Dg8†. Maar… deze variant wint helemaal niet, want na 35… Ke7 36. Dxb8 houdt zwart remise door eeuwig schaak!
Heb ik dan ten onrechte opgegeven? Nee, dat ook weer niet. Maar om te winnen moet wit in de slotstelling na 33… Td8 wel de zet 34. Txf6! vinden. Het gaat dan als volgt verder: 34… gxf6 35. De6† Kf8 36. Dxf6† Ke8 37. Dxd8† Kxd8 38. b8D† en wit wint het dameëindspel.
Zelfs de opgave kwam dus wat vroeg. Zoals gezegd, het was niet onze dag.
| De Kentering 1 | De Baronie 3 | ||||
| Leon ter Beek | 1898 | Matthijs van Merwijk | 1898 | 0-1 | |
| Sven Jansen | 1974 | Jan van Roestel | 1862 | 0-1 | |
| Piet van Eijndhoven | 1909 | Frank Creuels | 1756 | 1-0 | |
| Ton Snoeren | 1906 | Rob van Gageldonk | 1859 | ½-½ | |
| David Bruggeman | 1915 | Edwin Lessmann | 1766 | 0-1 | |
| Ralf Duong | 1870 | Peter Severeijnen | 1804 | ½-½ | |
| Nico van Brakel | 1892 | Karoly Kapitany | 1721 | 1-0 | |
| Olaf Soons | 1842 | Joost Rutten | 1869 | 0-1 | |
| 1901 | 1817 | 3-5 |