Martien Veekens

Martien Veekens (rechts), strijdend tegen Hans Fagel. De twee ereleden van De Kentering in een schaakduel verenigd.

 

Gisteren, 11 juni 2022, kwam Ton van der Paauw met een bijzonder treurig bericht op de Kentering-app: “Martien Veekens overleden …. een zwarte dag”. Een hele nare dag, ja, kort na de ‘gouden verjaardag’ van De Kentering, die toen al het zwarte randje van Martiens afwezigheid vertoonde.
Als mede-oprichter van De Kentering op 4 oktober 1971 had Martien met volle teugen willen genieten van dat jubileum. Hij had zich een jaar geleden op de ALV van 2021 dan ook als eerste gemeld voor de feestcommissie, die de herdenking zou organiseren. Dat enthousiasme van hem paste helemaal in de manier waarop hij het schaakspel momenteel beleefde: een schitterend gezelschapsspel.
Zelfs toen hij naar Bergeijk was verhuisd, bleef hij ‘zijn club’ trouw bezoeken. Met de zon op zijn gezicht kwam hij dan binnen stappen, om eerst een rondje door de zaal te maken voor een praatje hier of een praatje daar als opwarmertje voor zijn schaakstrijd, die hij meestal vol emotie beleefde. Als het spannend werd in zijn partij praatte hij soms de spanning hardop van zich af, de doodstille zaal in.
Ton Wouters noemde hem op de app “de pionier van De Kentering’. Een rake typering. Martien was trots op zijn pionierstijd. Als secretaris is hij in die begintijd een stuwende kracht geweest voor de vereniging. Daar mogen we hem dankbaar voor zijn, zoals hij zelf ook blij was, dat er steeds weer schakers op stonden, om de noodzakelijke vrijwilligerstaken te verrichten. Als geen ander wist hij, dat een club zulke mensen niet kan missen om te kunnen blijven bestaan.
Dankjewel Martien! We hopen jouw voorspoedig opgegroeide schaakbaby nog lang gezond en vrolijk in leven te kunnen houden.

3 reacties op “Martien Veekens

  1. Afgelopen vrijdag was ik bij het afscheid van Martien, de laatste ‘founding father’ van onze prachtclub. Tijdens de dienst dwaalden mijn gedachten af naar mijn herinneringen aan Martien. En die herinneringen troffen mij zowel in mijn ziel als in mijn bewustzijn. Schaken is voor menigeen een denksport, echter niet voor Martien. Schaken was voor hem geen wedstrijd tegen een opponent, schaken was een spel met een zielsverwant. Hij schoof aan voor de intrigerende en wonderlijke verwikkelingen van het spel én voor het sociale contact. Hoe valt anders te verklaren waarom hij steevast onze en zijn eigen zetten zowel in woord als gebaar, al meanderend over de 64 velden, begeleidde ? Waarbij de apotheose dan menigmaal was dat hij aangaf op te gaan geven omdat jij natuurlijk ook al lang de komende drie zetten had gezien, die jou pionwinst gingen opleveren en dat jij dat uiteraard verder wel naar een zege af zou gaan wikkelen.
    Met zijn benadering van het schaken onderstreepte hij een belangrijke les voor het leven: zoek niet in je hoofd naar wat je denkt dat goed is, maar zoek in je hart naar het vuur wat je drijft en voel dat het goed is.

    Hoed af en dank Martien !

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.