Door Eduard Dame
Dit betekent zoiets als strijdend gingen wij ten onder. Maar tegen het team van De Baronie 4 ging dat wel heel snel. Na anderhalf uur spelen stonden we al met 4-0 achter. Eerlijk gezegd was het verschil in gemiddelde ELO-rating sowieso te groot om een beter resultaat te verwachten: 1723 tegen 1611. De schakers uit Breda waren bovendien extra gedreven omdat zij nog kampioenkansen hadden (en nog hebben). Voor De Kentering 2 ziet de stand op de ranglijst er inmiddels minder rooskleurig uit. We staan nu voorlaatste. Maar juist dat zou voor de laatste wedstrijd van dit seizoen, mogelijk extra motiverend kunnen werken.
De stukken op bord 3 gingen als eerste terug het doosje in. Op een vol bord leek er nog niet veel bijzonders aan de hand, maar Peter overzag dat de zwarte dame een fraai plekje midden op het bord kon vinden met een onverwacht en onvermijdbaar mat als gevolg. Peter gaf het nog een positieve twist met de stelling dat dit schaken juist zo leuk maakt.
Zelf speelde ik op bord 4 een grafpartij door zelf het graf te graven om daarin langzaam maar zeker in te zakken. Het algemene idee is toch dat wit iets beter uit de opening komt dan zwart. Daar kwam maar weinig van terecht door veel te veel openingspassiviteit waarna ik als een vlieg werd doodgedrukt tegen een emotionele muur.
De twee hoogste borden deden het beter dan de laagste twee met Egbert en Lex achter de stukken. Wilbert speelde op bord 1, met zwart dus, het Boedapest Gambiet. Hij won snel een pion, daarna een toren en daarmee de partij. In zijn euforie zag hij onder het toeziende oog van zijn vader (die deze ronde vrijaf had) nog een mooie matcombinatie over het hoofd, maar hij haalde de volle buit toch subtiel binnen. Mooi werk!
Op bord 2 bij Dick was sprake van een gelijk opgaande strijd met remise als resultaat. Weliswaar zouden we daarmee de wedstrijd definitief verliezen, maar het vooruitzicht dat op de resterende drie borden nog de volle winst zou kunnen worden gehaald was louter utopie.
Jan de Leeuw speelde als zijn achternaam, maar toch geen winst dit keer. In de Siciliaanse opening rokeerde wit naar de damevleugel en zwart naar de koningsvleugel. Van beide kanten werd de aanval ingezet op de koning. In het middenspel gingen de dames van het bord waarbij Jan ook het loperpaar moest prijsgeven. Dat gaf zijn tegenstander een licht voordeel. Maar om verder te komen moest wit ook het loperpaar opgeven. Wit stond iets beter, maar speelde onnauwkeurig en de stelling kwam weer binnen de marges van een remise,. Nadat duidelijk was dat wij de wedstrijd hoe dan ook zouden verliezen (we kwamen met 4,5 – 1,5 achter) bood Jan tweemaal remise aan. Hij deed dat ook omdat hij zijn ongeslagen status in de zaterdagcompetitie van dit seizoen wilde behouden. En dat is toch maar mooi gelukt, want met enige tegenzin (vanwege de bordpunten richting hun kampioenschap) ging de tegenstander uiteindelijk met remise akkoord.
Lorenzo op bord 6 hield het van iedereen het langste vol. Zijn tegenstander spinde een krachtig web van zwarte stukken rond de witte koning en vind dan maar eens een uitweg. Die kwam er niet.
Uitslag 2-6 en daar moesten we het mee doen.

