Schaakcomputers

De schoonheid van het schaakspel

27 mei 2020: Tom Fürstenberg voert in het volgende artikel informatie aan over schaakcomputers.

Ex handelaar in schaakcomputers

Minze bij de Weg, 2004

Op 31 december 1999 is Tom Fürstenberg gestopt met het verkopen van schaakcomputers. Na veertien jaar handelen in schaakcomputers, schaakdiskettes en schaak CD-ROM’s vond hij het welletjes. Computerschaak keek met hem terug op de jaren waarin het schaken in het algemeen en computerschaak in het bijzonder een belangrijke rol in zijn leven heeft gespeeld. 

Je hebt een internationale carrière achter de rug.

Tom Fürstenberg: “Mijn vader had een winkel in lederwaren en geschenken en omdat ik bij hem in de winkel zou komen stuurde hij mij naar het buitenland, naar New York, Berlijn, Parijs en Frankfurt bijvoorbeeld, om het vak te leren. Toen ik in New York was ben ik op zoek gegaan naar een schaakclub. Ik vertel je het volgende om aan te geven hoe weinig ik toen, het was 1960, van de schaakwereld wist. Je hebt in New York twee bekende schaakclubs, de Marshall Chessclub en de Manhattan Chess Club. In de Marshall Chess Club zat de oude mevrouw Marshall, echtgenote van de vroegere grootmeester, aan een tafeltje bij de deur om de entreegelden te incasseren. Dat vond ik zo leuk dat ik daar ben gaan schaken.

Bij de Manhattan Chess Club speelde op dat moment een jonge speler die Bobby Fischer heette. Maar ik had toen nog nooit van ene Bobby Fischer gehoord.  Ik heb al met al zes jaar bij mijn vader in de winkel gewerkt. Maar mijn vader en ik in één zaak, dat ging niet samen. Daarom ben ik in 1966 vertrokken.

Tot 1972 was ik director of marketing and sales voor Europa bij Samsonite. Toen ik met mijn secretaresse ben getrouwd ben ik daar weggegaan en sindsdien heb ik zelfstandig geopereerd. Ik heb me een hele tijd bezig gehouden met de verkoop van o.a. vliegtuigen en heb daarvoor mijn vliegbrevet gehaald, maar die business droogde uiteindelijk op.

Daarna zijn we een kantoorservice in Brussel begonnen, we waren op dat moment de tweede in de stad. Vijf jaar geleden hebben we dat verkocht. Mijn vrouw doet nu nog secretariaatswerk en boekhouding en ik ben de schrijverskant opgegaan. Toen ik met het boek over Bronstein bezig was, heb ik gemerkt dat ik schrijven erg leuk vond. Ik ben nu met een tweede boek bezig, maar dat heeft niets met schaken te maken.

Chess Challenger 1

Wat was je eerste contact met het computerschaak?

T.F: “In 1977 ben ik met computerschaken in aanraking gekomen. Ik woonde sinds 1968 in België en was lid geworden van de Schaakclub Anderlecht in Brussel. Op een avond kwam iemand met de Chess Challenger 1 naar de club. Dat is die computer met de verkeerde cijfers en letters. Sid Samole, de baas van Fidelity die de computer produceerde, meende dat de manier om de schaakvelden aan te geven, de letters van linksnaar rechts en de cijfers van onder naar boven, onlogisch was. Dat moest andersom en hij vond dat hij de schaakwereld wel kon veranderen. Die machine accepteerde allerlei illegale zetten, maar toch was ik er door gefascineerd. Er was een beperkte oplage van 250 exemplaren en daar heb ik er één van mijn voorganger-importeur gekocht. Daarna zijn er vele anderen gevolgd. Ik liep alle schaakcomputertoernooien af. Zo rolde ik er in en werd ik bekend in en mét die wereld. 

In 1986 heeft Fidelity mij toen gevraagd of ik niet in de import van Fidelity schaakcomputers voor Nederland wilde doen. Waarom ik? Ik denk vanwege mijn enthousiasme voor die computers en toch wel wat commercieel inzicht. Ik heb toen de mensen van Fidelity leren kennen. Sid Samole de directeur, Joods net als ik, Ron Nelson de eerste programmeur en later de Spracklens, die in zijn plaats kwamen. Weet je dat Fidelity oorspronkelijk een bedrijf was dat kunstarmen en -benen maakte na de Vietnam oorlog? Een zuster van Ron Nelson werkte bij Fidelity en zei: “Ik ken iemand die een schaakprogramma heeft geschreven. Is dat iets voor jullie? Het pleit voor het commerciële inzicht van Samole dat hij de mogelijkheden meteen heeft gezien. Bovendien begon die handel in kunstarmen en -benen toen terug te lopen, want de oorlog was voorbij. Ze hebben miljoenen met die kunstledematen en later met schaakcomputers verdiend. In 1989 hebben ze de zaak verkocht aan Hegener + Glaser. Daarbij hebben ze de zaak toen vreselijk belazerd, want ze hebben Hegener de verkeerde cijfers laten zien. Of dat opzettelijk is gebeurd is nooit duidelijk geworden, maar Hegener + Glaser had natuurlijk volop de gelegenheid om alles te verifiëren maar dat hebben ze nagelaten. Dat is jammer, en je krijgt dan bovendien weer te horen dat het een jodenstreek was”.

Omzet

“Toen ik in 1986 importeur werd was het hoogtepunt al geweest. Hegener verkocht in die dagen in de Benelux meer dan 10.000 exemplaren per jaar, in het topjaar zelfs 35.000. Ik was al blij als ik er 2000 verkocht. De onderlinge verhouding was overigens goed. Er was een bittere strijd om de markt maar er was geen haat en nijd. Voor Fidelity was de Amerikaanse markt natuurlijk de belangrijkste. In Amerika haalden ze negentig procent van hun omzet, in Europa een procent of zeven, acht. Voor Hegener + Glaser lag dat net andersom. De schaakcomputermarkt begon in die tijd een beetje verzadigd te raken. Er was nog wel sprake van een vervangingsvraag, maar die was niet meer zo sterk. Eind 1992 ben ik gestopt met de verkoop van gewone schaakcomputers, toen ik merkte dat ik door mijn ex-werknemer werd bestolen. Ik had een blind vertrouwen in hem gehad. Hij was Joods én Jehova getuige. Dat bleek een slechte combinatie! Ik was er achter gekomen dat hij in die tijd die hij voor mij werkte een eigen handel had opgezet in PC’s en Notebooks. “Je moet ook adverteren voor gewone computers”, had hij tegen mij gezegd, maar ik kwam er pas na een tijd achter dat hij de bestellingen in eigen zak stak. Ik heb hem op staande voet ontslagen en ben de schaakcomputerverkoop zelf gaan doen. Pas toen ontdekte ik dat hij de zaak daar ook belazerde. Mensen belden op als er een computer kapot was. Als ik dan naar een bon of een garantiebewijs vroeg kon ik niets in mijn administratie vinden. Zo ontdekte ik dat hij de schaakcomputers zelf verkocht. Toen ben ik met de verkoop van tafelcomputers gestopt, want ik had geen technische man in dienst. Eigenlijk was het ook niet zo erg om te stoppen, want de handel liep erg af. Daarna heb ik alleen programma’s voor de PC’s verkocht. Die kan je eenvoudig in een enveloppe doen. Zeven jaar heb ik tegen mijn ex-werknemer geprocedeerd die steeds maar in hoger beroep ging. Hij kreeg gratis rechtsbijstand en ik betaalde mijn advocaat uit eigen zak. Uiteindelijk heb ik alle processen gewonnen en heeft hij mij terugbetaald. Dat dekte precies mijn advocaat kosten”.

Hoe zag de PC markt eruit?

T.F. “De vraag beperkt zich tot een paar merken, vooral Rebel, Fritz en MChess. Op iedere 24 Fritzen heb ik één Rebel verkocht. Die verhouding lag eigenlijk al in het begin zo. Dat is te danken aan de slimme marketing van ChessBase. Daar komt bij dat Rebel moeilijk te installeren was; bij Fritz ging dat vanaf het begin veel eenvoudiger”.

Er klinken nogal eens negatieve geluiden over de schaakcomputermarkt. Verwacht je dat de markt instort?

T.F.:”Ik denk dat de verkoop wel door gaat. Er zijn nu eenmaal mensen die het nieuwste van het nieuwste willen hebben, dat zag je ook al bij de klassieke schaakcomputers. Maar de handel zal zich beperken tot een klein aantal programma’s. Het wordt niet veel minder maar ook niet meer. Je ziet nogal eens dat mensen een paar versies van een programma overslaan, ze maken bijvoorbeeld de sprongvan Fritz 3 naar Fritz 6.

Hoe kijk je terug op de computerschaakwereld?

T.F.:”Die heb ik als hardstikke leuk ervaren. De mensen gingen en gaan heel aardig met elkaar om. Daarom ben ik ook zo uit mijn slof geschoten na de opmerkingen van Rini Kuijf in Schaaknieuws. Hij beschuldigde computerschaakprogrammeurs van vals spel. Zoiets heb ik nog nooit meegemaakt. Je mag best een leuk stukje over computerschaak schrijven, maar beschuldigen?”

Je hebt vast een favoriete schaakcomputer

T.F: “Ik heb thuis een prestige staan. Daar heb ik een speciale schaaktafel voor laten maken waar hij precies in past. Ik heb hem laten upgraden en er een multiprocessor van gemaakt. De stukken van de machine liggen lekker in de hand en ik hou van de speelstijl. Die is levendig het is geen saai Richard Lang programma. De Spracklens maakten leuke programma’s. Richard Lang schreef een programma zonder risico, dat bedoeld was om er wereldkampioen mee te worden. De Spracklens hebben daarna ook geen kans meer gehad. Dat doet me aan een leuk voorval denken. Op het wereldkampioenschap in Almeria ging de Fidelity Mach IV, die machine in dat glazen kastje, geweldig af, maar ik kreeg gedaan dat ik het apparaat toch mee mocht nemen naar het ACM-toernooi in Orlando. Dat was toen een toernooi voor de topprogramma’s. Daar zijn we uiteindelijk tweede mee geworden. We stonden totaal gewonnen tegen Deep Blue, het hing op een enkel koningszetje. Ik heb de prijs van 3000 dollar en de machine zelf mogen houden”.

En je favoriete PC programma?

T.F: “Fritz, vanwege de speelstijl en het bedieningsgemak. Het is een van de weinige die ik op mijn PC heb laten staan. Maar ik gebruik het eigenlijk niet, het is veel te sterk. Nee, Fritz rust nu ook uit. Ik schaak tegenwoordig veel op de Internet Chess Club”.

WK-match

Mensen die je kennen weten dat je bevriend bent geraakt met enkele topschakers. David Bronstein is een goede vriend geworden en ook Anatoli Karpov komt regelmatig langs.

Hoe heb je Karpov leren kennen?

T.F:”Door onze gemeenschappelijke hobby, het verzamelen van postzegels met schaakmotieven. Bij een Interpolistoernooi heeft Daniel de Mol ons aan elkaar voorgesteld en het contact is later verstevigd tijdens de Swift-toernooien in Brussel. Ik heb in 1990, ik was toen nog importeur  van Fidelity, geregeld dat Anatoli Karpov de Avant Garde 10 én mijzelf als secondanten meenam voor zijn match tegen Kasparov. In die computer zat de gloednieuwe Motorola 68040 chip, aan het begin van de match was deze nog niet eens beschikbaar, zo nieuw was hij. Ik heb in het begin van die match, die gespeeld werd in New York en Lyon, dus de computer bediend. Mijn taak was de volgende: Karpov gaf mij een stelling om met de computer te analyseren en die analyses vergeleek hij met de resultaten van zijn team van secondanten”.

Werd de computer toen serieus genomen?

T.T: “Pas toen het te laat was. In de achttiende partij bracht Karpov met zwart in het Spaans een pionoffer dat Kasparov weerlegde met 21. Dc4. Ik was toen niet in Lyon bij de match aanwezig en belde hem na afloop op. “Heb je de computer niet gebruikt? Hij heeft bij mij thuis binnen 1 minuut de weerlegging gevonden”. Ik ben toen alsnog naar Lyon vertrokken, maar het was te laat. Karpov stond achter en kwam niet meer terug”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *