HMC 3 – Kentering 1: 6½ – 1½ HMC 5 – Kentering 2: 3½ – 4½

Toen Johan Knuvers (links) om 13.00 uur eenmaal goed wakker was geworden, werd het de tegenstander zwart voor de ogen, want zwart won eerst de kwaliteit en toen ook nog eens de partij.

Ook Roel Jongenelen (links) liet de zwarte stukken stralen en op een zege af stormen, ook al werd dat pas laat in de partij een feit.

(Voor een extra-verslag van HMC 5 – De Kentering 2 van Luigi de Mas: zie ‘Lees Verder’)
HMC 3 was dit keer de reus die De Kentering 1 vermorzelde, maar Luc Seuter speelde de heldenrol van David tegen Goliath, die, ondanks zijn 270 punten hogere rating, Luc een remise moest toestaan. Stan Heijmans redde de eer door als enige een vol punt binnen te slepen.
Zoals zo vaak gebeurden er in de wedstrijd van De Kentering 2 schijnbaar onverklaarbare dingen. En dan bedoel ik niet Dick van Leeuwen die met wit een kostbaar half punt veroverde en ook niet Hans Fagel die met de witte stukken zo vriendelijk en verleidelijk over het bord wandelde en daarbij de tegenstander steeds zo schalks toeknikte, dat deze pas het dodelijke gevaar rook, toen zijn stelling volledig in brand stond.
Nee, laten we ditmaal eens goed naar de zwartspelers kijken. In deze tijd van het jaar is het voor zwartspelers een hels karwei om zich de pepernoten van het lijf te houden die door Jan en alleman worden teruggegooid. We kunnen dan tevreden vaststellen dat de zwartspelers van De Kentering zich kranig hebben geweerd: Jan Arts had de overwinning al binnen, nog voor er één pepernoot te voorschijn kon worden gehaald en toen Johan Knuvers en Roel Jongenelen eenmaal op stoom lagen, zaten de tegenstanders er met lege handen bij. Maar Hans Kranenbarg dan? Die ging veelbelovend van start, leek zelfs als 4e zwartspeler de volle buit binnen te halen, maar werd door pijnlijke zetten van Pieter Roos geraakt en gekraakt. Dit is alleen maar te begrijpen voor iemand die gevoel heeft voor fijne verhoudingen: het paste Hans niet om als zwartspeler zijn stralend witte haardos zó uitdagend te tonen. Een camouflagepetje of bivakmuts had waarschijnlijk zijn redding betekend.
Maar we weten dat elk nadeel een voordeel met zich meebrengt: Pieter kon evenals Luigi de Mas dubbel tevreden zijn, want als HMC-ers hadden ze hun partij en als Kenteringspelers de wedstrijd gewonnen.

HMC 5 – de Kentering 2: 3,5 – 4,5

25 november 2017 in de Biechten

door Luigi De Mas

Het is voor schakers die lid zijn van zowel HMC als De Kentering soms verwarrend als deze clubteams tegen elkaar spelen. Degene die je aanziet voor teamgenoot blijkt aan de andere kant van het bord plaats te nemen. Voor de eindredacteur van dit verslag was die verwarring niet aan de orde, want zijn tegenstander was ziek en een vervanger kon De Kentering zo gauw niet vinden. Meteen al 1 – 0 gratis.

In hogere zin was dit cadeautje niet onterecht, want de wedstrijd hiervoor, tegen Waalwijk, waren wij het die met een zevental moesten aantreden. Niettemin voelde het zoals heel lang geleden, toen ik in een koud en grauw ochtendgloren op blote voetjes en met een vol verwachting kloppend hartje naar mijn schoentje keek en zag dat Sinterklaas mij had overgeslagen. Klasgenootjes vonden mij behoorlijk stom. Iedereen weet dat het paard geen aardappelen lust, maar wortels. Dat was een van de belangrijkste lessen bij de inburgering die ik gehad heb. Een schrale troost was wel dat ik alle tijd had om de partijen van mijn teamgenoten op de voet te volgen en dat ik het consumptiemuntje voor de gast zelf kon besteden aan een goed doel.

De start was veelbelovend voor ons. Aan bord twee had Jos Peters met wit tegen Johan Knuvers in een Spaanse opening vlot een stuk te pakken op de manier die, neem ik aan, al bij de jeugd wordt onderwezen. Pf6 x e4 moet je nooit doen als wit met Ld5 zowel dat paard als het paard op c6 kan aanvallen en – indirect – toren a8. Johan was niet in zijn normale doen, want hij gaf daarna nog een stuk weg. Hij ging, met 2 lichte stukken achter, met zijn pionnen schuiven in een poging de zaak dicht te metselen.

Aan de andere borden was de gang van zaken niet ongunstig voor ons. Curieus was, dat aan de borden 5 ( Ekko Oosterhuis met zwart tegen Hans Fagel) en 6 ( Oscar Verver met wit tegen Jan Arts) zetten lang dezelfde Spaanse opening op de borden kwam. Zo te zien hadden de spelers dat niet in de gaten, want ik zag niemand spieken bij de buurman. Het had er alle schijn van, dat team 5 na twee zware nederlagen deze keer de volle winst zou halen.

Met een tevreden gevoel ging ik eens de ronde doen langs onze andere teams. Teruggekeerd zag ik, dat Jos een stuk had teruggeven tegen een pion om ruimte te scheppen voor zijn nog steeds indrukwekkende overmacht. Ekko stond een stuk achter, maar had een gevaarlijke torenbatterij tegen de koningsstelling van de tegenstander. Oscar had bewust zijn koning niet in veiligheid gebracht, moet ik aannemen. Hij rokeerde niet en werd onder steeds dodelijker vuur genomen door zware batterijen van lopers, toren en dame. Ik hoopte maar dat hij iets geniaals in petto had, want ik zag het somber in.

De stelling op bord 3 van onze invaller Peter Mooren met zwart tegen Dick van Leeuwen was stevig in handen van Peter en ook aan bord 8 had Koen Langerak met wit het initiatief tegen Roel Jongenelen. Aan bord 4, Pieter Roos met wit tegen Hans Kranenbarg, en bord 7, Nel Arts met zwart tegen Peter Zijderveld, werden de stellingen met vaste hand uitgebouwd en verbeterd.

Met onverminderd positieve verwachtingen liep ik mijn tweede ronde door de zaal en merkte, dat het bij ons eerste team ook niet liep zoals verwacht en bij team 2 was het ook geen hosannah.

Teruggekeerd bleek dat Oscar mat niet kon vermijden en dat Ekko zijn koningsaanval niet had doorgezet door zijn pion als stormram te gebruiken tegen het paard op g3. Zijn tegenstander had het daar als extra barrière gestald maar pion h5 en h4 zou behoorlijk vervelend zijn geweest. Ekko had echter de torenbatterij verplaatst van de g- naar de e lijn, waar het geen bedreiging meer was voor de witte koning. Bij Jos was de ontwikkeling nog desastreuzer, niet alleen was hij zijn voorsprong in materiaal helemaal kwijt, maar zijn stelling was zo slecht, dat zelfs remise er niet inzat. Dat zouden drie nullen worden schatte ik. Helaas goed geschat deze keer. Stand 1 – 3.

Maar niet getreurd. Peter en Nel hadden prima stellingen en Pieter en Koen stonden beter. Een 4 – 4 zat er zeker nog in. Nel voerde haar stelling onverbiddelijk naar winst door precies op het juiste moment een aanval van wit te counteren met dame en toren. Mat op de onderste rij. Perfect.

Pieter voerde eerst op zijn damevleugel een succesrijk strategisch gevecht en verlegde toen de strijd naar de koningsvleugel door met dame en toren zwarts h-pion onder vuur te nemen. Dat kon zwart nog wel verdedigen, maar hij zette zich daarbij behoorlijk klem. Pieter hervatte daarop de aanval op de damevleugel door met de vrije a pion naar a7 te marcheren. Uiteindelijk bleven beide spelers zitten met een loper en wat pionnen. De loper van zwart diende uitsluitend om te verhinderen dat de pion op a8 zou promoveren. De strategie daartegen was simpel: plaats je eigen loper op de diagonaal van de andere, waardoor zwart de afruil van lopers en promotie van de pion niet kan verhinderen.

De manier waarop is even elegant als dodelijk. Het pionnetje op e4, dat de hele partij roerloos getuige was geweest van veldslagen op beide vleugels, moet naar e5. De loperdiagonaal gaat open en de partij is uit. Ik kreeg aanvankelijk het angstige gevoel dat Pieter de winnende wending niet zag, want hij ging met zijn koning aan de wandel. Ik kon het niet langer aanzien en ging maar weer een rondje lopen. Pieter had echter de wending wel degelijk gezien, maar wilde kennelijk zo lang mogelijk genieten van het glorieuze moment. Hoe vaak komt dat voor tenslotte ? Vanuit de verte zag ik dat er handen geschud werden en aan de gelaatsuitdrukking van Pieter was te zien dat het punt binnen was.

Helaas liep het toch mis bij Koen. Hoewel hij een slechte loper had, die bovendien niets stond te doen op h3, was de stelling remise te houden, schatte ik. Maar dan moet je de tegenstander niet toestaan dat hij binnendringt met dame en paard en je pionnen van achteruit oppeuzelt.

Peter moest nu winnen. Helaas ontstond een eindspel met alleen pionnen dat remise liep. Ik had weliswaar het gevoel dat er meer in had gezeten, zonder dat overigens aan te kunnen tonen, zoals vaker het geval met stuurlui aan de wal.

Helaas: eindstand 4,5 tegen 3,5 voor De Kentering.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.