De schaakplezierprijs


Volg de link voor de actuele stand in de strijd om de periodetitels!

Maandag 14 januari. In de strijd om de periodetitel in de groep 1500-1600 is het erg spannend deze periode. Hans Fagel  zit Marc Smits op de hielen, en Luc en Paul zitten er maar vlak achter…
Ook spannend: Peter, maar ook Jan, zijn op weg om als eerste speler de D’n Beer Periodeprijs te winnen. Deze is voor de speler die meer punten verzamelt dan de winnaar van de ratinggroep boven hem. Peter (ratinggroep onder 1500) heeft met 161 punten meer punten dan Marc met zijn 137 in de ratinggroep hoger (1500-1600), maar of dat ook in de twee laatste ronden zo blijft… (Een ronde later, in ronde 8, heeft Jan de koppositie overgenomen!)
Wat de D’n Beer Periodeprijs inhoudt is nog geheim (maar laat zich raden).

In de standenlijsten van de 3 ratinggroepen geeft David een uitstekend overzicht van het resultaat van de inspanningen in de 2e periode. Maar geven ze ook inzicht in de genoten schaakvreugde? Zijn de 3 koplopers automatisch de blijste spelers van de 2e periode? Dat betwijfel ik.
Laten we er eens anders naar kijken. Volgens Van Dale toont een mens ‘zijn gewaarwording van vrolijkheid of opgewektheid’ door te lachen. Wie heb ik maandag onder het schaken zien lachen? Dat waren Hans Fagel, Luc Seuter, Paul Willemen, Jan Arts, Martien Veekens en Ton Snoeren. Hans en Luc hebben hun partij gewonnen. Zij lachten misschien uit winstbejag i.p.v. schaakplezier. Paul en Jan speelden remise tegen elkaar: hun blijdschap was wellicht het gevolg van dat leuke gelijkspel. Martien lacht altijd en is als lachebek geen goede graadmeter. Blijft Ton Snoeren over. Die verloor weliswaar, maar toen hij lachend aan het wandelen was tussen de borden, wist hij dat nog niet. Bovendien geniet Ton altijd intens van dat schaakwandelen.
Overigens: heb ik wel goed opgelet? Misschien hebben de andere schakers de grootste lol gehad, toen ik even niet keek. En wat dan nog? Lachen is toch niet essentieel voor schaakvermaak. Voorbeeldje: een schakende oorwurm kan toch alleen maar kijken als een oorwurm, anders zou hij een glimworm zijn. Dergelijke fysiologische wezenstrekken maken mij het meten van schaakplezier onmogelijk.
Laten wij er voorlopig maar van uit gaan, dat in een prettige schaakvereniging als De Kentering iedereen bijzonder veel ……………………….. . Juist, dat bedoel ik eigenlijk: die heerlijke herenclub, die zou de prijs moeten krijgen.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.