Oplossing van schaakstudie #6 van maandag 23 maart
Afgelopen maandag een gecompliceerde stelling uit de partij IM Eelke de Boer (2436) – FM Eugene Rebers (2174) op het demonstratiebord. De partij werd recent gespeeld eind december 2025 in het Chessfestival Groningen, een toernooi waarin vooral jonge spelers de kans krijgen een norm te halen voor hun volgende meestertitel. Zover kwam het niet voor De Boer, die met 4,5 uit 9 twee punten te weinig haalde voor zijn GM-norm, maar zijn winst in de eerste ronde tegen Rebers was in grote stijl met een correct paardoffer.
Zwart heeft met Lh6 dame en toren gepend.
Wit countert met de enige winnende zet 1. Pxd5!
Het paard nemen met 1… exd5 verliest direct tegen 2. Tc7+ en mat met 3. Da7#.
Rebers speelde 1… Lxe3 en nu moet wit de belangrijke tussenzet 2. Tc7+ spelen en niet direct 2. Pxb4 waarna et na 2… Lxc1 ongeveer gelijk staat. Wit speelde 2… Ka8 en na 3. Pxb4 wint wit de loper op e3 omdat na een zwarte loper zet 4. Le4+ mat loopt. (zie stelling 2).
Maar wat dan na 1… Da5 vroeg Leon zich terecht af. Dat was inderdaad de iets betere verdediging.
Na 1…. Da5 volgt 2. f4! (stelling 3) met de dreiging 3. Lf2 als zwart het paard slaat. Wit komt dan via 4. Da7 met een mataanval binnen en na 4… Ta8 wint 5. Dc5 met de winnende dreiging Dxd5+
De beste verdediging is daarom 2… Txg3, maar ook dan komt wit, na 3. hxg3 exd5 met Dc5 winnend binnen.

Een best ingewikkeld probleem! Leuk om op te puzzelen wanneer je partij dat toelaat.
Ingewikkeld zeg! Mooi motief na Da5, goed gespot Leon.